Welkom in mijn geest!

Wandel rond, kijk om u heen, neurie een melodietje,
ga op een gedachte zitten, blijf even stilstaan bij een verhaal
als u wilt - en laat eventueel een stukje van uw geest achter.
Want denken doet geen zeer, toch?
 
(Voor de duidelijkheid: zo schrijf ik wat ik schrijf.)
 
egeltjegrey.jpg
En vergeet niet: ruilen kan altijd! Graag zelfs.

*Vingerwerk

Hij is niet nieuw meer, maar hij blijft leuk, vooral met geluid aan…

13th street games

vingerwerk2.jpg

*Even geduld en dan doorbijten, liefst melodieus

Over dertien dagen krijgen we eindelijk de sleutel van ons nieuwe huis. Na maanden van geduld hebben, verkopen, bezichtigen, regelen, papierwerk en op gepaste momenten stressen, zal het nu eindelijk ervan komen. Veel tijd om op ongepaste momenten te stressen zal er niet zijn, het moet allemaal zeer gestructureerd en vooral snel gaan gebeuren: we hebben precies zes dagen om te verven wat geverfd moet worden, uit te breken wat er volgens ons niet hoort en meer van die dingen alvorens bij het krieken van de ochtend - toevallig op de verjaardag van mijn broer - op 2 september alle spullen verhuisd zullen worden zodat de middag vrij is om officieel onze oude huissleutels in nieuwe handen achter te laten.

Geen seconde te verliezen dus. Maar het vervelende van verhuizen is dat je alles in dozen moet proppen. Die dozen stapel je dan op elkaar. Tot zover geen probleem. Ware het niet dat er hier veel spullen staan. Die ik doodleuk allemaal nog nodig heb, op mijn bikini na - aan het weer te zien. Eén bikini vult geen dozen. Wat er nu dus gebeurt, is dat ik om mijn leven heen moet gaan inpakken. Beeldjes, boeken, dvd’s en dergelijke mogen al gaan rusten tussen de kartonnen wanden. Maar de wierookbrander dan weer niet. En die paar boeken trouwens ook niet. Oh en die cd is wel lekker om te draaien tijdens het inpakken… Welke jassen kunnen al tijdelijk uitgeschakeld worden? Welke broeken zijn niet dagelijks cruciaal? Is er iets in de keuken dat niet wekelijks gebruikt wordt?

Om eerlijk te zijn: ik word al moe als ik eraan denk. Niet alleen heb ik anderhalf jaar geleden alles uitgepakt, ook was dat al minstens de vijftiende keer dat ik dat deed. Verhuizen is niet spannend meer voor mij. In een nieuw huis wonen wel hoor, heerlijk, alles een plek geven, inrichten, je draai vinden. Maar inpakken? Getver. Nu hoop ik dan ook dat er een plotse vlaag van verstandsverbijstering over mij komt. Dat, of kaboutertjes in de nacht. Nu ja, misschien zijn die kleine wezentjes niet zo handig - die donderen zelf in de verhuisdoos - maar u begrijpt me wel. Helaas is de kans dat ik al mijn eerdere verhuizingen vergeet verwaarloosbaar, evenals nachtelijke hulp. Ik zal dus moeten doorbijten. Niet zeuren. Het is het allemaal waard. Ja ja ja ja ja. Bleuh. Hoeveel zin heeft u om een IKEAhoekkast weeruit elkaar te halen*? Dat dacht ik al.

Nu heb ik een vraag aan u. Welke muziek is ideaal om deze vervelende klus te klaren? John Mayer en Snow Patrol lijken wel enig effect te hebben, maar er zijn vast nog meer kandidaten. Het moet waarschijnlijk uptempo zijn, en melodieus. Anders hang ik als een zoutzak tussen de dozen. Maar ook weer niet te druk, dan geef ik er voortijdig de brui aan omdat ik als een kip zonder kop rondloop. Ja, het luistert nog best nauw, nu ik erover nadenk. Wellicht is er een gat in de markt voor de ideale verhuis-cd? Ik zou hem zo kopen! (It’s a hard knock life van die kleine rode wees moet er zeker op staan, voor de benodigde portie zelfmedelijden.) Hoe dan ook, ik hoop u snel vanuit mijn nieuwe stek te woord te kunnen staan!

*Gelukkig is het er echt maar één, de rest zijn onuitelkaarhaalbare teakkasten. Dat is dan toch weer een meevaller. Grinnik.

*Muur

Ik kijk. Overal waar het kan. Ik kijk naar mezelf. In ruiten. In spiegels. Herhaaldelijk. Om het te zien. Dat ik er nog ben. Dat ik leef. Dat dit levenloze gevoel maar schijn is, al voelt het verre van bedrog.

Neem mijn zin, mijn gesteldheid, mijn gedachten, neem alles. Neem het mee en laat mij achter, met niets dan leven. Puur en vrij van ervaring. Laat mij voor het eerst zien, voelen, zijn. Dit gevoel van zinloosheid, van herhaling, van meer dan me lief is. Alles rolt voort in ingesleten paden, dieper en dieper de sporen van mijn verveling. Ze trekken over mijn gezicht, door mijn longen, mijn spieren, komen samen in mijn maag, een knoop van onuitroeibare leegte.

Ik jaag. Achter mijn zelf aan. Ik jaag op mezelf, klaar om me recht in het hart te treffen wanneer ik daar maar even de kans toe krijg. Om het te voelen. Dat het nog kan. Dat ene woord dat ik al jaren niet meer durf uitspreken wanneer ik mezelf beschrijf. Ik ben het simpelweg niet. Verzadigd, dat wel. Fed up. Met alles, met iedere stap die ik zet, ieder gevoel dat opborrelt, iedere gedachte die ik kan denken, iedere handeling die ik kan verrichten. Het maakt niets uit. Het maakt niet uit.

Lethargie. Het heeft toch geen zin, falen is de enige uitkomst. En daar nog blij mee moeten zijn ook. Kan ik ergens mijn ontslag indienen? Uitklokken? Ik wil hier geen minuut meer mee verspillen. Mijn telefoon rinkelt, ik hoor het niet. Mijn wekker gaat, ik hoor het niet. Mijn deurbel ratelt, ik hoor het niet. De wereld is ver, ver weg. Buitengesloten, of eerder opgesloten, in de wirwar vanzinloosheid die mijn dagen beheerst. Ik zie het niet, ik voel het niet, ik ben er niet.

Ik ben er wel, maar de tegenzin vreet aan iedere stap. En achter dat allesomvattende gevoel moet ergens het woord normaal liggen. Het woord fijn. Leven. Levend. Levendig. Het moet er zijn, ik ken het nog van vervlogen tijden. Ik verzand. Langzaam verkorrel ik tot inhoudsloos niets. Ik kon gesprekken voeren. Ik kon lachen, voelen, balen, bekokstoven, ervaren. Ik weet het zeker. Toch? En daarom kijk ik. Naar mezelf. Ik zoek. In die pluk haar die scheef zit. In die wimper. In dat voorhoofd. In die ogen. Het moet er zijn.

Ik wil me groen en geel flirten. Ik wil bungeejumpen. Ik wil een winkel leeg kopen. Ik wil gillen zoals ik nog nooit gegild heb. Ik wil me te pletter rijden tegen een boom. Ik zoek extremen, omdat doorsnee niet goed genoeg meer lijkt. Daaromheen dat laagje beschaving, weten dat dit niet de manier is. Eén plus één is nul. Ik doe niets. Totaal niets. En ondertussen stapelt de boel op. Genoeg te doen, niets te doen. Niets aan te doen. Het is niet zo makkelijk als het lijkt. Ik wil mezelf horen, en erin geloven. Ik wil er zijn. Ik draai mijn hoofd voor de zoveelste keer richting de spiegel. Hallo niets. Nut.

*Verknal het goed op het naaktstrand - een korte cursus

Zorg dat je totaal geen standaarden hebt, denk dat de wereld van jou is - of minstens op jou zit te wachten - en ga naar Vrouwenpolder. De rest zou vanzelf mis moeten gaan.

Ik ben zelf geen fan van naaktstranden. Ik zie niet in waarom een strand vol mensen mij naakt zou moeten kunnen zien. Voor mij is naakt zijn iets dat voorbehouden is aan intimiteit. Maar dat dat voor anderen niet zo hoeft te zijn, dat kan ik accepteren. Dat het zo lekker vrij voelt, hoor je meestal. Prima, maar twee lapjes extra stof doen voor mij niets af aan mijn vrijheidsgevoel. Toch is dat niet de discussie die ik wil voeren nu. 

Wat ik met u wil delen, is mijn strandwandeling van gisteren. Zoals u allen niet ontgaan kan zijn, is het warm weer. Al een tijdje. Dus wat verkoeling aan de zee zoeken was een welkome afwisseling gistermiddag. Aangezien ik wel van de zee houd maar niet zo van het strand, ben ik niet zo uitgesproken in mijn voorkeuren voor badplaatsen. Mijn geliefde daarentegen is een naaktstrandfan. Zo kwamen wij al enkele keren op het naaktstrand in Vrouwenpolder terecht: een relatief groot en rustig strand.

Ik breng mijn namiddagen aan zee gekleed in een topje en rokje door aan de vloedlijn, alwaar ik wat bijkleur en wacht tot het tijd is om langs het water te gaan wandelen. Voeten in de zee, gedachten op nul, wind in de haren. Ondertussen sluit ik mijn ogen, lees wat, of denk een beetje na terwijl hordes (ik overdrijf nooit) ledematen aan mij voorbij zwiepen en zwengelen en bengelen.

Rond een uur of zeven gisteren begon het lekker rustig te worden. Tijd voor de strandwandeling dus! Wij pakten onze spullen en dompelden onze voeten onder in de zee, ondertussen genietend van de meeuwen en andere vogels, de kriebelende krabbetjes in het water en het uitzicht op de horizon.

We liepen een eindje langs het water, bekeken schelpen en andere zeedingen, kletsten wat. Het naaktstrand liep nog best een eindje door en we begonnen al plannen te maken om de volgende keer verder door te wandelen zodat ik minder tussen de mensen hoefde te vertoeven terwijl hij het water in zou duiken. Daarover sprekend lokte de zee hem weer, en zijn vragende ogen zeiden mij genoeg. Hij trok zijn kleren weer uit en nam nog een diepe duik in de zee. Ik stond ondertussen braaf bij de strandtas en zijn schoenen te wachten.

Op zo’n vijftig meter afstand naderden mij twee blote gestalten. Dat gebeurt nu eenmaal op een naaktstrand. Bij de paaltjes zo’n vijftien meter van mij vandaan hielden ze halt. En voor ik goed en wel door had wat er gebeurde, begon de hijfiguur de zijfiguur oraal te bevredigen, terwijl zij mijn richting uit keek. Ik draaide me om en liet even bezinken wat er hier gebeurde. Als ik een slechte pornofilm had willen zien, dan zou ik dat wel thuis voor de tv hebben gedaan. Maar om het hier opgedrongen te krijgen? Hoe laat was het eigenlijk?! Half acht. Niet echt kinderbedtijd in de vakantieperiode. Ik voelde boosheid en ongemakkelijkheid opkomen.

Ik draaide me naar de strandtas toe en zag uit mijn ooghoek dat ze nu van positie gewisseld waren. Ik kon wel raden wat zij nu op haar knieën gezeten aan het doen was. Nu was ik echt boos. En ik voelde me echt ongemakkelijk. Zijn priemende ogen deden me geen goed. Bruusk draaide ik me naar de zee en probeerde op magische wijze mijn vriend zich om te laten draaien. Na een halve minuut gebeurde dat, en ik wenkte hem snel. Hij hoefde niet ver te kijken om het probleem te zien, en hij waadde dan ook direct naar mij toe.

Op het moment dat de twee aandachtsgeile mensen dit zagen, maakten ze zich snel uit de voeten richting de duinen. We besloten terug te wandelen, in dit soort taferelen hadden we helemaal geen zin. Van een afstand werden we gade geslagen, en toen we weer begonnen te lopen, begon er aan de rand van de duinen een wedstrijd. Er bleek nog een koppel te hebben gelegen, en nu stonden beide mannen pontificaal rechtop terwijl beide vrouwen op hun knieën zaten. Ik had zin om een dikke kei naar hun hoofden te gooien. Waarom was dit nodig? Waarom verknal je een onschuldige strandwandeling voor anderen?

Terwijl we terug liepen begonnen we alles op een rijtje te zetten. We hadden daarstraks al een koppel gezien dat de indruk wekte seksuele handelingen bij elkaar te verrichten, midden tussen het strandvolk. Ook waren er een keer een aantal los van elkaar zittende mannen die om het half uur de duinen in liepen. En toen bleek mijn medewandelaar ook al een paar keer vreemde praktijken gezien te hebben toen hij met zijn dochtertje in de windstilte van de duinen wilde gaan tennissen. Mijn boosheid begon verontwaardiging te worden. Hoe stupide is het om dat soort dingen te doen terwijl er allemaal kinderen rondlopen? Hoe irritant is dat, terwijl er allemaal ‘normale’ mensen om je heen zitten die gewoon lekker aan de zee willen zitten?

Ik vind het echt belachelijk. Iedere naaktstrandganger roept om het hardst dat zo’n strand écht niets seksueels heeft. Dat het puur om de vrijheid gaat. Dat seks daar niets mee van doen heeft. En dan blijkt dat toch weer grote onzin te zijn. En dan word ik boos dat mijn vooroordeel bevestigd lijkt te worden. Het draait wel degelijk om seks en gezien worden. Natuurlijk niet voor iedereen, er zijn gelukkig genoeg mensen die intieme praktijken intiem houden, maar een te groot aantal naaktstrandgangers in Vrouwenpolder gaat er om de verkeerde redenen heen. Ga dan naar swingerclubs, naar weet-ik-veel-waar mensen met exhibitionistische neigingen aan hun trekken kunnen komen zonder anderen lastig te vallen. Maar verpest het niet voor mij - en alle anderen die hier helemaal geen behoefte aan hebben. Dring zoiets niet aan mensen op, dat recht heb je niet.

Voorlopig hebben wij in ieder geval totaal geen zin meer om naar Vrouwenpolder te gaan.

*Er was eens…

… een pakketje. Dat pakketje was bestemd voor een jarige. Die jarige, toevallig ook de schrijver van dit log, verjaarde op 24 april. Het pakketje was dan ook ruim van tevoren opgestuurd, om zeker weten op de belangrijke dag aanwezig te zijn bij de verjaring. Maar daar kwam niets van in, oh nee, helemaal niets.

Het pakketje was met zorg samengesteld door twee dames. Die twee dames waren vriendinnen van de jarige, en wisten dus niet alleen haar adres, maar ook wat er in het pakketje moest. Veel chocola, en muziek, een boek, en nog het een en ander om het gelaat te verfraaien. Excellente keuze, zeer zeker. Tot daar aan toe geen enkel probleem. Geen vuiltje aan de lucht. En toch kwam het pakketje niet aan.

Het kwam niet aan zegt u? Inderdaad. Zoals velen van u al weten, bevind ik mij al een flinke tijd over de grens. De Belgische grens, welteverstaan. Geen paniek hoor ik u denken, die Belgen, die kunnen ook prima post bezorgen. Daar kan ik u helemaal gelijk in geven. Maar stickers plakken, dat is een heel ander verhaal…

Drie maanden na de bewuste verjaardag was het pakketje nog steeds niet aangekomen. Telefonisch hadden de dames mij al meerdere malen gepolst, maar ik kon helaas geen goed nieuws overbrengen. De dames gingen dan ook verwoed op zoek naar het verdwenen pakketje. Het was niet zomaar een pakketje, nee, het was een pakket met een traceerbaar nummer. Hoezee! Het traceren kon beginnen!

Het pakket bleek bij de onbestelbare pakketten-afdeling te liggen verpieteren. Maar waarom in godesnaam? Luister en huiver. Het mysterie is bijna geheel opgelost, al blijven er enkele hiaten bestaan.

Het pakketje was netjes van Nederland naar België gestuurd. De postbode in België heeft het, lijkt mij, proberen af te leveren. (Al hoorden we ook iets over een onvindbaar adres.) Hoe dan ook heb ik nooit een briefje in de bus gehad met de heuglijke mededeling dat er post op mij lag te wachten in het postkantoor. Waarom dit niet is gebeurd, blijft voor eeuwig een raadsel. Maar laat ik u de rest van het verhaal toch vertellen.

Het pakket is op de Belgische planken blijven liggen, tot de afhaaltijd verstreken was. Toen, en nu komt het lieve lezers, moest er een ‘retour afzender’ sticker op het pakketje geplakt worden, zodat het - u raadt het al - terug kon naar de dames. Een goed plan, hoor ik u denken. Inderdaad! Ware het niet, dat de bewuste stickerplakker in een onbesuisd moment besloot om de ‘retour afzender’-sticker BOVENOP het retouradres te plakken. Juist. Eroverheen. Zodat het retouradres niet meer te lezen was. Precies ja. Best dom.

Het pakketje werd teruggestuurd naar Nederland, alwaar men - verrassing- geen retouradres kon vinden. Nederland stuurde het pakket dan ook weer naar België, daar moest het tenslotte zijn, aan het adres te zien. In België zag men de grote ‘retour afzender’-sticker, en jazeker, men stuurde het pakketje naar Nederland. U begrijpt het wel: het pakket is bijna zeeziek geworden in zijn barre tocht van Nederland naar België en weer terug. En weer heen. En weer terug. Tot dat iemand in een Nederlandse postkamer helder genoeg was om het pakket simpelweg opzij te zetten.

En toen, drie maanden later, kwam daar het telefoontje met de vraag naar het zeezieke pakketje. En nu, dames en heren, staat de geopende doos op mijn tafel! Jazeker! Ik ben het persoonlijk bij de dames gaan ophalen, we wilden geen risico’s meer lopen. Wat een origineel cadeau! En door dit hele verhaal geniet ik nog veel meer van mijn pakketje. Het arme ding heeft het zwaar gehad.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Precies ja: wildplakken zou verboden moeten worden.

*Zoekplaatje

Zoek de aandachtvrager die per se óók op de foto wilde.

Hidden

*Verschil moet er zijn… of toch niet

Laat iedereen zichzelf zijn, verschil moet er zijn, tegenpolen trekken elkaar aan, en ga zo maar door. Er zijn tig uitdrukkingen om aan te geven dat geen twee mensen hetzelfde (hoeven) zijn. En dat is natuurlijk ook zo. Toch ben ik bij mezelf eens nagegaan hoe verschillen doorwegen in relaties. Ziet u, vrienden ‘laten zijn wie ze zijn’ is nu eenmaal een stuk makkelijker, omdat er meer afstand is, omdat je er niet mee in één huis woont, omdat het vrienden zijn en geen geliefden.

Waar liggen mijn grenzen eigenlijk? Hoe tolerant ben ik uiteindelijk? Dat valt nog best tegen, als ik eerlijk ben. Wat ik in vriendschappen totaal geen probleem vind, wordt een onoverkomelijk obstakel in een relatie. En ik heb het niet over rondslingerende sokken, nee, ik heb het over levensinstellingen, visies, overtuigingen, voorkeuren. Wanneer iemand een ontzettende koffieleut en kaasliefhebber is, kom ik daar nog wel overheen. Maar wat als mijn geliefde een fetish heeft? Dan wordt het al ietsje lastiger. Ik als voethater zal nooit lang en gelukkig leven met een voetfetishist. Wat als mijn geliefde een aan het obsessieve grenzende hobby heeft? Alle treintjes moet sparen die er bestaan? Voor tienduizenden euro’s aan miniatuurrails op zolder heeft liggen? Hoe grappig vind je dat na een aantal maanden nog?

Wat als mijn geliefde een echt familiemens is? Ieder weekend alle tantes, ooms, neven en nichten gaat opzoeken? Ik ben een vrij solitair mens. Ik heb best aardig wat vrienden, maar spreek vrijwel nooit met een groep tegelijk af. Doe mij maar een-op-een. Een grote groep familie is voor mij even vervelend als een lange rij bij de kassa. Begrijp me niet verkeerd, ik spreek mijn broer of moeder geregeld hoor. Maar standaard iedere week op bezoek gaan bij oma en opa, dat zit er echt niet in met mij. Het leven is al zo druk, je hebt gemiddeld maar twee dagen in de week zogenaamde qualitytime met je geliefde, tussen het boodschappen doen en de afwas door dan zelfs nog. Om daarvan de helft aan een kluit tantes en ooms te besteden? No way. Ik bel zo nu en dan met een voormalig gezinslid, en stuur kaartjes naar mijn opa en oma, maar daar houdt het echt mee op. Er is iedere week wel iemand in een van de families jarig, ik moet er niet aan denken iedere keer samen te moeten komen. Wat als je geliefde dat wél graag wil? Ik kan me best voorstellen dat mensen familie wel op nummer één zetten. Maar kan ik ook met zo iemand samenleven?

En wat als mijn geliefde kinderen wil? Het gros van de mensheid ziet dat wel zitten. Ik niet. Adopteren, dat zou nog een optie zijn, maar ze zelf baren, ho maar. Ik vind mijn genen en de wereld alles behalve de moeite waard. Ik zie niet in waarom ik er een mens bij zou creëren. Als het kwaad al is geschied, voed ik ze met alle liefde op. Maar per se mijn eigen genen door willen geven? Dan ben je bij mij aan het verkeerde adres. Mijn verleden heeft al uitgewezen dat dit problemen oplevert binnen relaties. Het is toch nog steeds een instelling die je moet verdedigen, het is niet de norm geen nageslacht te willen. Begrijpelijk, maar moeilijk wanneer je geliefde al drie miniversies van zichzelf ziet rondlopen in gedachten. Kan ik met zo iemand samenleven?

Wat als mijn geliefde gelovig is? Echt gelovig, niet ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’-gelovig. Lid van de Paasgemeenschap-gelovig. Bidden voor één god-gelovig. Iedere zondag naar de kerk-gelovig. Of zelfs wetenschap-is-mijn-religie-gelovig. Ik zou het erg moeilijk vinden denk ik. Je moet jezelf kunnen zijn binnen een relatie, allebei. Hoe rijm je dat in zo’n geval? Moet ik mijn shivabeeld opbergen? Mag ik nog zeggen dat de wereld verdomme verrot is als ik er even doorheen zit? Ik geloof ook hoor. In ‘wie goed doet, goed ontmoet’. In geweten. In verantwoordelijkheid nemen voor alles wat je doet. In er is niemand ‘daarboven’ die op ons let, dat moeten we zelf doen. In vertrouwen. In energie, en dat alles gelijkwaardig is, iedere steen, iedere vlieg, ieder mens. Maar een God? Nee. Een bestaan in de wolken dat de vorm van een mens heeft en almachtig is? Ik vind dat een zelfingenomen idee van de mens. Moet ik Darwin links laten liggen in gesprekken? Moet ik opeens gaan trouwen voor de kerk? Ik wil überhaupt niet trouwen, laat staan in een kerk. Is dat dan een schande voor de gelovige familie? Zal iedere zondag gedeeld moeten worden met de almachtige? Of -ook dat is mogelijk- moet ik gesluierd door het leven wil ik geaccepteerd worden? Kan ik met zo iemand samenleven?

En wat als mijn geliefde heel andere seksuele voorkeuren heeft? Diens idee van een spannende avond heel anders is dan mijn idee? Exhibitionistisch is? Terwijl ik nog niet eens een sauna in durf? Of juist heel behoudend? Dat er geen groei in kan zitten? Wat als mijn geliefde biseksueel is? Dan voelt dat - heel stom - alsof er opeens dubbele concurrentie is. Dit laatste is denk ik nog wel op te lossen met praten en vertrouwen, maar wat als praten over seks ook maar raar gevonden wordt? Wat als mijn voorkeuren loodrecht op de voorkeuren en ideeën van een ander staan? Seks is niet het belangrijkste, maar wél net het verschil tussen gewoon vrienden zijn of geliefden zijn. Ook na jaren moet je nog beide voldaan in bed kunnen liggen. Wat als je erachter komt dat jouw voorkeuren dermate belangrijk zijn dat je er niet zonder kunt? Hoe houdt je je relatie dan goed en gaande wanneer die ander daar nu net even helemaal niets mee heeft? Kan ik met zo iemand samenleven?

Wat als mijn geliefde niets met computers heeft? Mijn leven bestaat voor een groot deel uit virtuele dingen. Wat als mijn geliefde nog niet onder de vleugels van moeder vandaan is? Wil ik haar erbij nemen? Wat als mijn geliefde drugs gebruikt zo nu en dan? Kan ik diegene dan nog serieus nemen? Wat als mijn geliefde een wereldreiziger is? Mijn lijf laat zoiets niet toe. Wat als mijn geliefde een muziekfanaat is die iedere vrije avond een optreden wil bijwonen? Dat is op te lossen door apart dingen te doen. Iets dat heel gezond voor je relatie is. Maar wanneer slaat dat door in niets meer samen doen? Niets meer overeenkomstig hebben? Waar ligt de grens tussen unieke personen zijn die nog zoveel gemeen hebben dat ze elkaars wensen en voorkeuren kunnen integreren in hun eigen leven, en eigenlijk wildvreemden voor elkaar blijven doordat je met geen mogelijkheid die ander kunt aanvoelen omdat het te ver van je eigen opvattingen staat? Wanneer zijn verschillen praktisch niet meer overbrugbaar?

Ik roep graag dat ik verdraagzaam ben, dat iedereen lekker zijn gang moet gaan. En daar geloof ik ook in. Zolang ik er geen relatie mee heb…

Toch heb ik het idee dat dit zelfs eigenlijk nog een taboe is. Mag je zeggen dat je die ander respecteert, zolang je maar geen geliefden bent? Of moet ik volhouden dat echt waar iedereen mag zijn wie hij/zij is en ik daar geen conclusies aan verbind? Mag je toegeven iemand ‘af te keuren’ qua relatiemateriaal, simpelweg omdat er in jouw optiek een cruciaal punt mis zit? Of moet je zoiets nooit laten meewegen en er gewoon omheen leven? Ik denk dat ik dat niet kan. Niet wil. Niet wil kunnen.

*Klik ze

Games for the brain: Rotate, een aangenaam tijdverdrijf tussen de bedrijven door.

Ondertussen ben ik even erg druk met het ‘offlinese leven’, dat gebeurt zo nu en dan. Geduld is een schone zaak roept men in zulke gevallen… Het druk hebben is ook een schone zaak, in dit geval. Ik geniet ervan in ieder geval, al blijven er enkele dringende zaken liggen (mailen! mailen! mailen!). Ik ben er nog, maar eventjes alleen in vleselijke zin, niet in virtuele zin. Ik hoop u snel weer tussen de nullen en eentjes terug te zien!

Ps. De tik is er nog. Ik raak er aardig aan gewend.

*Holland tegen Nederland… spannend!

*Tik

Ik heb een tik.

Geen tic, oh nee. Een echte tik. Na overenthousiast met een bal gesmeten te hebben, heeft mijn nek besloten een tijdbom te worden.

Neem twee knikkers. Of twee dobbelstenen. Of twee dominostenen. Tik die tegen elkaar aan. Het geluid dat je hoort, hoor ik nu al twee dagen bijna non-stop. Tik-tik. Tik-tik-tik. Tik. Tik-tik. Tik. Ik denk dat er ergens een zenuw bekneld zit. (Het is dat, of ik heb een wekker ingeslikt. Die naar mijn nek uitstraalt.) Zodra ik beweeg, loop, draai: tik ik. Tik-tik. Tik-tik-tik-tik. Tik-tik. Wat ik ook doe, niets helpt.

En ik kan u mededelen dat het aardig irritant is, tik-tik, zo’n geluidje de hele dag, bij alles wat je doet, alles waar je naar kijkt, alles wat je oppakt. Tik-tik. Eerst dacht ik steeds dat ik iets liet vallen, en keek ik verbaasd om me heen. Daarna probeerde ik zo min mogelijk te bewegen. Iets dat onmogelijk is. Nu, bijna 48 uur vol tik-tik later, ben ik zo goed als klaar om iemand in elkaar te slaan, simpelweg omdat ik gek word van dat geluidje. Tik-tik-tik. Langzaam aan heb ik alle geduld verloren. Alle sanity, zelfs bijna. Tik. Ik heb gescholden op de tik, ik heb meegetikt, hardop, ik heb mijn hoofd wild heen en weer geschud, ik heb gegild dat het op moet houden. Zoiets kleins, maar wat een impact heeft dit op mijn gemoed. Tik.

En tot overmaat van ramp blijk ik ook nog koorts te hebben. Tik-tik-tik. Ik voel me dus op en top, zoveel moge duidelijk zijn. Zo. Nu tik genoeg tik-tik gezeurd. Echt.

Tik-tik.

Grrrr.

*Zij

Haar borsten hingen iets meer dan voorheen. En het vel rond haar heupen leek iets losser te zitten. Haar benen waren langer dan hij zich herinnerde. Haar buik klopte nog precies: zacht maar toch strak. Voorzichtig liet hij twee vingers rond haar navel draaien. Haar huid was koel.

De eerste vier jaar hadden ze niet genoeg van elkaar kunnen krijgen. Maar de vijf jaar die daarop volgden, had hij haar minder en minder aan mogen raken - laat staan bekijken. Andere dingen waren belangrijker, ze leek zo vaak haast te hebben. Eerst had hij gedacht dat het wel weer bij zou trekken. Na verloop van tijd was het gewoon geworden. Ze hadden nog wel seks hoor, eens per week. Maar dan even snel, en met het licht uit. Hij was eraan gewend geraakt. Zijn gedachten vulden het donker op.

Ze was begonnen de badkamerdeur op slot te doen nadat ze verhuisd waren. Omkleden deed ze altijd daar. Hij had, als hij eerlijk was, zijn eigen vrouw al meer dan drie jaar niet naakt gezien. Misschien wel vier. Misschien vijf. Hij kon zich de laatste keer niet eens herinneren, omdat hij toentertijd niet wist dat het de laatste keer zou worden.

In gedachten had hij haar lijf vorm gegeven aan de hand van zijn herinneringen, haar contouren, zijn fantasieën, haar lijf onder de dekens tegen zich aan. Nu hij haar zo mocht bekijken viel het hem op hoe mooi ze was. Hoe zacht. Hoe echt. Hoe hij haar gemist had, eigenlijk.

‘Mocht bekijken’ was misschien niet de juiste omschrijving. Kon bekijken. Haar nek, haar armen, haar tepels. Haar buik, haar benen. Een streepje haar daartussen. Dat had ze al die tijd dus wel bijgehouden. Vrouwen zijn ondoorgrondelijk, concludeerde hij en veegde zijn wang droog. Haar tenen. Koud.

Tijd om de ambulance te bellen. Al betwijfelde hij of dat veel zin had. Ze moest hier al vanaf vanochtend liggen, toen hij net naar zijn werk vertrokken was. Ze zag er vredig uit. En mooi, zo mooi.

*Luiaard

Juj! Ik heb een luiaard getekend op een shirtje! Nooit gedacht dat het me zou lukken, dus ik deel mijn vreugde even met jullie. :)

slothdetail.jpg

*Zes drummers

Eén van de vele kortfilms van een vijftig uur durende box die ik recentelijk heb aangeschaft. Prachtig.



*Bezig blijven

Zoals jullie waarschijnlijk al gezien hebben wanneer je omlaag scrolt, staat er in mijn zijmenu opeens een link naar Etsy: de plek om handgemaakte dingen te verkopen. Ik ben ook gezwicht voor die community, wat een prachtige dingen zijn daar te vinden. Ik kijk mijn ogen uit, kwijl hier en daar, grinnik zo nu en dan, maar raakte vooral geïnspireerd. En ja hoor, voor je het weet heb je zelf een shopje geopend met al je zelfgemaakte dingen. Vanaf nu ben ik dus niet meer alleen creatief met woorden, maar ook officieel met stoffen! Ik wil er nog honderden dingen opzetten, en mijn eerste twee sales zijn al binnen. Nu nog een relatief goedkope manier vinden om op stof te printen en ik kan werkelijk al mijn ideeën realiseren. Juj! :)

Omdat de afgelopen dagen even in het teken van ‘een Etsyshop opzetten’ hebben gestaan, laat ik jullie achter met enkele tips om jezelf te vermaken:

- Neem je lievelingsgedicht en een krijtje. Schrijf op iedere straathoek een regel, zodat alle wandelaars zo langzaam het gedicht tot zich kunnen nemen. (En misschien wel een blokje om lopen voor die ene missende regel!)

- Zoek een medespeler. Ga naar een grasveld, sluit je ogen (blinddoeken is nog beter) en probeer elkaar in het midden te treffen. Zonder te spreken uiteraard.

- Heb je reservesleutels van iemand? Ga langs en doe de afwas. Dankbaarheid gegaradeerd!

- Bindt krijtjes aan touwtjes en hang die aan de bagagedrager van je fiets. Prachtige sporen zullen het resultaat zijn. (Niet te snel fietsen, dan vliegen de krijtjes door de lucht.)

-Zoek een kevertje op de stoep of in het park. Niet oppakken! Enkel naar kijken en de loop en route van het beestje nadoen in het groot. Probeer je in te leven.

- Laat iemand in je koelkast duiken en er vijf eetbare dingen uit opduikelen. Probeer nu met gesloten ogen te raden wat je eet. (Vertrouwen in je aangever is een pré…)

-Koop een wegwerpcamera, bind er een touwtje aan vast, bevestig het aan een lantaarnpaal of bankje met een begeleidend briefje. Schrijf op dit briefje dat iedereen hiermee foto’s mag maken en dat je de camera aan het eind van de dag komt ophalen. Bekijk met verbazing de resultaten.

- Bouw een ’sneeuwpop’ van bladeren vermengd met modder.

-Als je echt teveel tijd hebt: naai een fleurige hoes voor een bankje in het park en bekijk van een afstandje de reacties!

*Late ontluiking

Het was een goede dag vandaag. Ze was makkelijk haar bed uitgekomen, had geen last van haar heup gehad, en nu, nog geen twee uur later, liep ze achter haar rollator al richting markt.

‘Sinaasappels. En misschien een paar lychees, en kiwi’s natuurlijk. De zon schijnt al lekker vandaag!’ dacht ze bij zichzelf. ‘Kijk die kinderen toch eens spelen, wat een vreugde brengt dat toch.’ Meteen dacht ze aan haar eigen kleinkind, Dorothee. ‘Ze is zo snoezig. Oh, niet vergeten, over drie weken wordt ze al vijf jaar. Als Antoine dat nog had kunnen meemaken…’ Ze verzonk in herinneringen. Het was nu vier jaar geleden dat hij overleden was. Plots. Op een ochtend, op het toilet. Een hartaanval. ‘Ik mis hem nog wel. Maar toch minder dan ik had gedacht, na achtentwintig jaar huwelijk. Maar het was een lieverd hoor, absoluut.’ De kramen van de markt doemden verderop al op. Haar linkerbeen voelde wat zwaar. ‘En toch is het een goede dag. Gisteren kon ik niet eens de trap op. En zie mij hier eens lopen vandaag!’

Op de markt was het al druk. Ze keek wat om zich heen terwijl ze voorzichtig langs de bloemenkraam wandelde, op weg naar het fruit. ‘Is dat mevrouw Van Taarden niet?’ Ze boog haar hoofd ietsje, en probeerde in de stroom mensen op te gaan. ‘Daar heb ik nu geen zin in hoor. Dat mens heeft altijd alle tijd van de wereld.’ Daar was de fruitkraam al. Ze liet haar ogen over alle waar dwalen. ‘Ach, Granny Smith. Daar hield Antoine altijd zo van.’ De eerste week na zijn overlijden had ze de groene appels nog gekocht, uit gewoonte. Maar zijzelf lustte ze helemaal niet. ‘Wat lijkt dat lang geleden zeg.’ Ze glimlachte. ‘Ik mis de warmte wel hoor. Een knuffel in de ochtend, een kus voor het slapen… Maar kom, niet zeuren, ik heb een goed leven.’

Ze zocht kiwi’s en sinaasappels uit, zag nog een tros radijsjes liggen, die wilde ze ook meenemen. Ze keek op en speurde de verkopers achter de kraam af. Daar was meneer Klaassen. En die jongeman stond er ook. Verderop stond mevrouw Klaassen, samen met haar dochter. Ze waren net een bestelling aan het afhandelen. ‘Ik kijk nog wel even aan die kant, of er ook lychees zijn.’ Ze verplaatste zich naar het eind van de kraam. Met één oog hield ze mevrouw Klaassen in de gaten. Zodra deze klaar was met haar klant, sprak ze haar aan. ‘Goedemorgen!’ Mevrouw Klaassen keek op, herkende haar vaste klant en riep een welgemeend goedemorgen terug. ‘Wat mag het zijn vandaag?’

‘Zes sinaasappels alstublieft,’ ze hoorde dat haar stem wat trilde. Wat was het warm zeg. Ze keek hoe mevrouw Klaassen de sinaasappels in een plastic tasje deed. Haar korte zwarte haar was weer perfect gekapt, zoals iedere keer dat ze hier haar fruit kwam kopen. ‘Anders nog iets?’ Ze schrok op. ‘Uh ja… jaja: kiwi’s. Kiwi’s graag. Vier stuks. Ja.’ Met een glimlach stopte mevrouw Klaassen de kiwi’s bij de sinaasappels. ‘Wat zijn haar handen mooi.’ Ze bekeek de vingers van mevrouw Klaassen; ze hadden amper pigmentvlekjes. ‘Was het dat?’ Ze keken elkaar aan. ‘Nee, graag nog een halve kilo lychees, als dat kan. Graag.’ ‘Lychees! Geen probleem! Ze zijn lekker hoor, heerlijk zelfs!’ Het was echt warm vandaag. ‘Heb ik wel genoeg ontbeten? Ik voel me wat licht in mijn hoofd.’ dacht ze bij zichzelf.

‘Heerlijk weertje hè?’ Ze keek mevrouw Klaassen verwachtingsvol aan. ‘Ja, geweldig hè? Het is nu misschien nog wat frisjes, maar reken maar dat het vanmiddag korte-mouwen-tijd is! U ziet er kwiek uit vandaag, mevrouw Dooren! Anders nog iets?’ Blozend stamelde ze van niet, dat dit alles was. Mevrouw Klaassen gaf haar het fruit aan, en zei de totaalprijs. ‘Achja, afrekenen…’ dacht ze verstrooid. Ze prutste haar portemonnee uit haar tas en gaf haar een biljet. Ze keek mevrouw Klaassen na terwijl ze naar de kassa liep. Wat een mooie vrouw was dat toch. Binnen een paar tellen stonden ze weer tegenover elkaar en reikte mevrouw Klaassen haar het wisselgeld aan. Ze stak haar hand geopend uit. Terwijl de munten in haar palm gleden, raakten hun vingers elkaar even. ‘Dank u, dankuwel.’ Trillend stopte ze haar geld in haar portemonnee. ‘Een heel fijne dag nog mevrouw, en tot de volgende weer!’ glimlachte mevrouw Klaassen. ‘Ja, nog een heel fijne dag, en bedankt weer hè.’ Ze keken elkaar nog even aan voor ze haar tocht voortzette.

Ze liep langs de stoffenkramen naar de De Gravestraat. Zoals altijd liep ze haar rondje terug naar huis. ‘Wat een heerlijke dag is het!’ Stralend wierp ze een blik op de tas vol fruit in haar rollator. ‘Dat wordt smullen vanmiddag.’ glimlachte ze. Voor de sigarenwinkel stonden twee heren een praatje met elkaar te maken. Toen ze hen passeerde, wenste een van de twee haar een goedemorgen. Ze mompelde een goededag terug, en liep zo snel haar lichaam het toeliet verder. ‘Daar moet ik niets van hebben hoor. Oh nee. Daar heb ik geen behoefte aan. Geen nieuwe man voor mij. Nee nee. Geen man, daar heb ik helemaal geen zin in.’ Hoofdschuddend wandelde ze weer verder op weg naar huis. ‘Oh verhip, de radijsjes vergeten!’ Even dacht ze na. ‘Ik kan best maar even teruggaan. Ja. Laat ik dat doen!’

*Geduld

En zij, de eerste die
vraagt hoe ik hier
- nou gewoon
je raadt het al -
terecht ben gekomen
ze snapt het
(ach zo)

Ze glimlacht en raakt
mijn gezicht aan mijn ogen
mijn mond
neigt naar spreken - ik weiger
zoek koetjes
een kalfje
(en kaf)

In mij het koren
wachtend op stilte
op voeten
in andere straten
om dan te vertrekken - in draf
naar mijn eigen
gedachten
(dat mag)

*Online dingen die jeuken

10. - BCC - Zeg mij na: ‘Ik zal altijd de bcc-optie gebruiken wanneer ik naar meerdere personen mail’. Misschien heb je er nog nooit over nagedacht, maar niet alle mensen die jij kent, kennen elkaar. Ik sta niet te springen om door een wildvreemde toegevoegd te worden aan zijn of haar adresboek. Dus bcc, mensen.

9.  - BLOGGEN OVER BLOGGEN - Hoe lang blijven bloggers nog massaal blogs lezen over hoe je moet bloggen? Titels als ‘How to generate loads of traffic on your blog’ zijn niet meer dan loze luchtbellen voor verwachtingsvolle mensen. Degene die de betreffende post schrijft, krijgt honderden lezers. Al die goedgelovige lezers verwachten een toverformule te krijgen waardoor hun log opeens overstroomd zal worden door lezers. Maar het enige dat er gezegd wordt in die postjes zijn gemeenplaatsen. ‘Zoek een goed onderwerp!’ ‘Laat mensen meedenken!’ ‘Gebruik een duidelijke titel die goed door zoekmachines te vinden is!’ En ondertussen lachen ze zich een bult om de stijgende bezoekersaantallen op hun blog. Laat dat, mensen. Lees die dingen niet. Like, Digg of Recommend die dingen niet. Ik begin namelijk schoon genoeg te krijgen van alle blogs die over bloggen gaan.

8. - ROTZOOI - Hoeveel mensen hebben in hun huis een groot bord voor de woonkamerdeur hangen, vol lampjes, knipperlichten en draaiende, friemelende dingen? Ik denk dat het er precies nul zijn. Waarom dan wel op je internetpagina flash gebruiken? Waarom dan wel een groot blok over je pagina schuiven (zelfs Firefox kan daar niet tegenop) met de vraag een zogenaamde poll in te vullen? En dan liefst een blok dat, wanneer je het wegklikt, meteen een nieuwe pagina opent met nog meer flikkerende dingen? Hoe komen mensen op het idiote idee dat het slim is je eigen tekst onleesbaar te maken door er iets enorms overheen te draperen dat muisklikken vereist voor het verdwijnt? In de hoop zeven euro per half jaar te verdienen aan reclame? Neem dan gewoon een baan en houd je blog rotzooivrij.

7. - LOGICA - Wanneer je ergens op een blog een comment achterlaat, onthoud dan op z’n minst wat je hebt gezegd. Ga niet een pagina verderop - of nog erger: een dag later op diezelfde pagina - jezelf volkomen tegenspreken. Schrijf niet ergens ‘vergeef mij, please’ om een dag later glashard te beweren dat je nooit om vergeving vraagt omdat je nooit ergens spijt van hebt. Zeg niet op log A dat je geen koffie drinkt om op log B mee te praten over een caffeïnevrije ochtend en de bijbehorende rampen die er dan gebeuren. Beweer niet de ene dag dat je een hekel hebt aan kanaries/vinken/alles met vleugels, om de volgende dag te verhalen over de bouw van je voilère. Ook al kun je op het internet iedere identiteit aannemen die je wil, probeer die identiteit dan wel constant te houden zolang je dezelfde naam gebruikt.

6. - RUSSISCH ROULETTE - Wanneer je, om voor mij onbegrijpelijke redenen, kiest voor een reclamesysteem op je blog dat gangbare woorden voorziet van een link naar een winkel of iets dergelijks, kom dan niet op het idee om ondertussen ook nog zelf ‘echte’ linken naar artikels (of informatie of foto’s of andere bloggers) te plaatsen. Wanneer ik eenmaal klik op het woord ‘fiets’ in je tekst en op een of andere site voor fietsonderdelen in Amerika terecht kom, bedenk ik me nog wel zeven keer alvorens ik nog ooit op een link van je ga klikken.

5. - INLOGHORROR - Als je graag reacties op je geschreven gedachten krijgt, laat mij dan gewoon een reactie plaatsen zonder eerst lid te moeten worden, een account aan te moeten maken, drie pagina’s informatie in te moeten vullen of andere idiote dingen. Als je niet in staat bent een fatsoenlijke anti-spambot te vinden, dan moet ik daar niet de dupe van worden. Als jij denkt dat je zo meer mensen aan je bindt, dan moet ik je teleurstellen. Als jij denkt dat dit het enige wachtwoord is dat ik moet onthouden, dan ben je erg naïef. Wachtwoorden zijn prima wanneer ik persoonlijke informatie of betalingen verstuur, maar een simpele reactie behoeft dit soort dingen niet.

4. - ONZIN - Schrijf niet iedere dag een postje van anderhalve regel (liefst nog met een spelfout of twee erin) in de hoop dat mensen dan via hun RSS-feed keer op keer komen lezen. Blog wanneer je werkelijk iets wil delen, iets in gedachten uitgewerkt hebt, iets wil toevoegen. Bloggen doe je omdat je het leuk vindt, niet omdat je dan je bezoekersteller ziet stijgen. Zet dan gewoon een maatbeker onder de kraan en staar daar naar.

3. - BLOGSLETTEN - In godesnaam mensen, als je graag gelezen wil worden, zorg dan dat je schrijfsels interessant zijn. Mensen die een hele linklijst op iemands goedlopende blog afwerken en overal ‘Leuk gedaan, goed geschreven, ik heb laatst ook over zoiets gelogd’ achterlaten en dan maar gaan zitten wachten tot het volk toestroomt op hun eigen log. Verdomd irritant.

2. -HYPES - Stuur mij geen uitnodigingen voor Facebook, Myspace, Mobilenetworking, noem het maar op. Ik doe er niet aan mee. Ik zit er niet op te wachten. Ik heb er niet om gevraagd. Extra irritant: wanneer jij zo snugger bent om ergens je mailadres in te vullen waardoor het betreffende ding al je contacten gaat spammen. Alleen maar meer reden om puntje tien hierboven toe te passen. Ook hoef je niet aan iedere bloghype mee te doen. Hele zinnen doorstrepen puur omdat het zo leuk is dat het kan, zonder dat het zin heeft bijvoorbeeld. Laat dat. Het is eindelijk doorgedrongen dat zogenaamde stokjes en aanverwante ‘opdrachten’ voor bloggers niet altijd enthousiast worden ontvangen, dat is al heel wat. Nu de rest nog. Puntenlijstjes bijvoorbeeld. ;)

1. - LOZE VRAGEN - Als een vraag op z’n plaats is, hoor je mij niet klagen. Maar helaas. Je leest een logje. Een aangenaam logje. Over de auto die het begaf terwijl de drie kinderen achterin voedselvergiftiging hadden en de achterbank onder braakten, terwijl de baas belde om te melden dat hij/zij ontslagen was omdat ‘ie alweer te laat kwam. Goed geschreven, leest lekker weg, een grinnik hier en daar niet te onderdrukken. En dan komt die gevreesde laatste regel. ‘Hoe was jullie dag?’ ‘Hoe doen jullie dat?’ ‘Hebben jullie ook wel eens van die dagen?’ en ga zo maar door. Getverdegetver. Ooit ergens opgevangen dat je de lezers moet betrekken bij je log. Nu standaard ieder schrijfsel met zo’n stompzinnige vraag afsluiten. Eeuwig zonde en oneindig irritant.

*Realiteitszin

De mensen van deze site hebben honderd eetbare producten vergeleken met de verpakking waarin het verkocht wordt. Dat levert een bijzondere collectie op.

Sommige verpakkingen zijn aardig realistisch, maar het gros is mijlenver verwijderd van wat je werkelijk in je mond zal stoppen… Dat is nu ook precies wat deze (Duitse) site wilde aantonen: de onzin van reclame. Ze proberen niet de producten zelf aan te vallen, maar wel de manier waarop ze in de winkel aangeprezen worden.

Gelukkig zijn er een aantal meevallers te bewonderen:

thegoodones.jpg

Maar helaas, er zijn er ook waar de eetlust je van vergaat nadat je eerst kwijlend naar de verpakking hebt staan kijken. Oef. Deze verpakkingen hebben vaag, in de verte, iets met de werkelijke producten te maken. Als je heel goed kijkt. Of eigenlijk, vooral niet kijkt - gewoon in je mond stoppen en stoïcijns aan de verpakking denken…

thebadones.jpg

Neem nu de haringsalade met rode bietjes. Ieder mens weet dat die bieten die hele drab roze doen kleuren, maar daar trekken de reclamemakers zich niets van aan. Nee, het moet er namelijk smakelijk uitzien. Anders koopt vast niemand het.

“Laten we gewoon verse haring nemen, en dan iets van plastic dat met wat fantasie op bietjes lijkt. Dan verkoopt het tenminste lekker. Dat het bakje doorzichtig is, dat zien ze toch niet. De klanten komen nooit op het idee om dat ding even om te draaien in de winkel, dus maak je geen zorgen: niemand die zal merken dat het er net ietsje anders uit ziet in het echt. Komt goed hoor. Wacht, doe ik meteen ook de foto voor die magnetronmaaltijd van Carte, ‘Hacksteaks’. Hoop dat het niet zal opvallen dat het toefje peterselie ontbreekt in de doos, hahaha!”  

Tja.

(Voor de doorklikkers: mijn persoonlijke hoogtepunt op hun site is dat chococakesnackding dat ze in een kommetje melk hebben geplant, want zo staat het ook op de verpakking. Grinnik.)

*Simultania

In een van mijn ruils had Jack of Hearts een laatste alinea geschreven, die ik vervolgens moest gebruiken om een voorafgaand verhaal aan te breien. Deze ruil pakte zo goed uit, dat ‘ie eigenlijk een plaatsje op mijn denkendoetgeenzeer verdiend had. En zo geschiedde...
(Jacks alinea staat cursief gedrukt, maar hoort absoluut bij het verhaal.)

‘Goedenavond.’
‘Onze avond.’

Hij was op weg naar huis geweest, zijn wekelijkse kroegavondje met zijn vrienden zat er weer op. Hij was langs de kade gaan lopen, zijn favoriete route naar huis. Op een van de meerpalen had een gestalte gezeten. Een ruimvallende jas met capuchon en twee donkerblauwe benen was alles wat hij had kunnen zien. Door de uren met zijn vrienden was hij in een goede bui geweest, in een opwelling had hij vriendelijk gegroet.

‘Pardon?’ Zijn olijke knik was halverwege blijven steken en overgegaan in een frons.

‘Je verstond me wel,’ sprak de gestalte vriendelijk met een wat hese vrouwenstem, ‘onze avond.’ Ze zei het resoluut, legde nadruk op beide woorden, alsof hij vanzelfsprekend zou begrijpen waar dit over ging.

Hij twijfelde een moment. Zou hij doorlopen? Was zij gewoon een van de geestelijk verdwaalde types die hier wel eens rondbanjerden? Of zou hij haar vragen naar het waarom achter haar woorden?

‘Ik zal je niet in verlegenheid brengen hoor. Je bent nieuwsgierig, geef er gewoon aan toe?’ Ze grinnikte zachtjes na haar woorden. Hoe kon zij…? Dit trok hem over de streep. ‘Waarom is dit onze avond?’ Terwijl hij de woorden uitsprak nam ze de capuchon van haar hoofd. Twee heldergroene ogen keken hem aan onder het licht van de lantaarns.

‘Het is onze avond,’ sprak ze zacht, voorzichtiger dan eerst, ‘omdat het vandaag Simultania is. Vanavond, om precies te zijn. Rond…’ ze trok haar wijde mouw naar achteren en keek op haar kleine zwarte horloge, ‘een uur of drie.’ Bloedserieus keek ze naar hem op. Verward keek hij haar aan. Simulwat? Dit mens is gek. Langzaam krulden haar mondhoeken omhoog en begonnen haar ogen te twinkelen. Toen barstte ze in een kristalheldere lach uit.

Hij grijnsde op zijn beurt, ietwat ongemakkelijk, en bleef haar aankijken. Ze begon weer te spreken, haar stem was rauw, hees, het tegenovergestelde van haar lach. ‘Weet je, er zijn geen grenzen. Wij denken wel dat we begrensd zijn, maar dat is een illusie. Een van de vele die de mens rijk is, om precies te zijn. Dat is geen ramp hoor, dat is zelfs nodig, zo nu en dan. Maar niet altijd. Oh nee, absoluut niet altijd. Daarom is er Simultania. Om ons eens per maand te bevrijden van onze barrières.’

Hij begreep er nog steeds niet veel van. Terwijl ze sprak had hij haar woorden in zich opgenomen, en ondertussen haar gezicht bestudeerd. Hij kon met geen mogelijkheid raden hoe oud ze was. Ze leek tijdloos, niet jong, maar ook niet oud. Op een bepaalde manier leek ze nog het meest op een schilderij - iets dat eeuwen oud kon zijn maar nog even vastomlijnd als op de eerste dag. ‘Simultania? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Wat doet men op deze dag?’ Hij wist bijna zeker dat een dergelijke feestdag absoluut niet bestond.

Ze grinnikte kort. ‘Je stelt me teleur. Waarom zou Simultania niet bestaan? Omdat het niet op kalenders gedrukt staat? Ziedaar: je eerste grens!’ Haar weidse lach weerklonk weer over het water. Hij glimlachte: ‘Ik denk dat ik je begin te begrijpen…’ Ze keek hem verwachtingsvol aan. ‘Ok, laat me even denken… ik… ik eh… ik ben alles, nee, nee wacht, ik ben jou!’ Hij grijnsde voldaan.

‘En ik zou zomaar jou kunnen zijn. Dit water kunnen zijn. Jouw inkt kunnen zijn…’ haar ogen boorden zich weer in de zijne. Even deinsde hij terug, hoe kon zij…? Toen hervatte hij zich, dit was nu juist wat de bedoeling was! ‘Ok… kijk me aan…’ Hij staarde diep in haar ogen, probeerde niets aan te nemen, niets in te vullen, niets onmogelijk te vinden. Langzaam voelde hij alles wat zo belangrijk leek, vervagen, en niets anders dan dit moment bestond.

Plots zag hij haar handen in de aarde, haar knieën tussen het groen. ‘Ik zou jouw moestuin kunnen zijn…’ Het was eruit voor hij het doorhad. De dame tegenover hem begon helemaal te stralen. Ze sprong op en strekte haar armen uit. ‘Juist! Helemaal juist!’ Ze bleef voor hem staan, haar armen loodrecht gestrekt. ‘Ik zou jouw spaghetti kunnen zijn!’ Hij zag nu allemaal beelden rondom haar, door haar heen, boven haar. ‘Ik zou jouw klei kunnen zijn!’ Ze knikte enthousiast, begon langzaam om hem heen te draaien.

‘Ik zou jouw medicijnen kunnen zijn!’
Hij begon langzaam met haar mee te draaien, voelde zich licht in zijn hoofd, maar niet door de alcohol, absoluut niet. Hij zag zoveel beelden door elkaar buitelen, hij zag hoe ze iemand verzorgde, hoe ze de open haard aanstak, hoe ze boven de koffiefilter hing met gesloten ogen, hoe ze met een beitel een beeld uithakte, het ging maar door.

‘Ik zou jouw blokken hout kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw gitaar kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw koffiegeur kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw kersenhouten boekenkast kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw steen kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw kroontjespen kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw donkerbruine kandelaar kunnen zijn!’

Ze tolden nu om elkaar heen, sneller en sneller, en bleven maar beelden benoemen, stukjes leven, fragmenten van andermans bestaan. Het was niet duidelijk wie meer genoot van deze uitwisseling.

‘Ik zou jouw…’ ze zweeg heel even, ‘verdriet kunnen zijn…’

Hij slikte even, volgde toen haar voorbeeld.

‘En ik zou jouw pijnlijke onderrug kunnen zijn…’

‘Ik zou jouw onzekerheid kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw onrust kunnen zijn!’

Ze begonnen nu door elkaar te praten, tolden om elkaar heen en bleven uitspreken wat ze van elkaar konden zien, sneller en sneller, tot ze elkaar niet meer konden verstaan en bijna omvielen van het draaien. Toen greep ze zijn handen. Langzaam minderden ze vaart, en toen hun laatste zin gezegd was stonden ze doodstil tegenover elkaar. Ze kneep in zijn handen, glimlachte een prachtige glimlach naar hem en fluisterde uitgeput ‘Simultania’. Toen liet ze zijn handen los, drukte een kus op zijn wang en trok haar capuchon over haar haren.

‘Dag Maarten.’ Nog een laatste glimlach van onder haar muts, toen begon ze van hem weg te wandelen. Haar stappen leken gewichtloos, hij keek haar na tot ze in het donker verdwenen was.

‘Dag Maya…’ fluisterde hij glimlachend. Toen spreidde hij zijn armen weer, zo wijd als mogelijk, en wierp een blik omhoog. Wat hij nu voelde was met geen pen te beschrijven.

Met zijn hoofd in zijn nek tuurde hij naar de twinkelende sterren. Waren ze nog steeds onbereikbaar? Hij lachte en strekte zijn hand uit in de lucht. Hij voelde dat hij slingerde, maar wilde graag nog even dronken blijven. Ook een beetje van drank, maar vooral van opwinding en misschien wel van geluk over wat hem overkomen was. Of kon je beter zeggen dat het haar was overkomen? Hij grinnikte.

Op het moment dat hij struikelde zei hij hardop  “Stel je niet zo aan”. Hij ging recht lopen, versnelde zijn pas tot doelgericht en richtte zijn blik op de straat in aantocht, waar het wel druk was, zodat aanstelleritis niet onopgemerkt zou blijven.

“Wat een vrouw,” dacht hij.  “Gek mens,” dacht hij ook. Hij stak zijn handen in zijn zak en overdacht wat hij straks in kleermakerszit bovenop zijn bed, gewapend met kroontjespen, in zijn boekje achter haar naam zou kalligraferen.

“Haar woord natuurlijk,” dacht hij. Vervolgens dacht hij “Ons woord” en vond dat best goed klinken.

*Onvermijdelijk

Ze wandelt stil naar de overkant. Van haar gezicht valt geen enkele emotie af te lezen, haar lijf spreekt geen enkele taal. Hij houdt zijn adem in. In een rechte lijn nadert ze hem, geen moment van haar stuk gebracht door de gapende diepte onder haar. Ze zet haar ene voet voor haar andere, steeds weer. Zo bereikt ze al snel het midden.

Dan houdt ze even haar pas in. Een moment laat ze haar opgeheven hoofd iets zakken, en kijkt naar de oneindige rotsen onder haar. Hij houdt zijn adem in. Langzaam heft ze haar hoofd weer, en hervat haar stappen. Daar gaat haar linkervoet alweer, voor haar rechter. Nog een meter of vijftig, dan zal ze weer vaste grond onder haar voeten hebben.

Er waait een zacht briesje, dat af en toe aanzwelt tot een windstoot. Hij houdt zijn adem in. Ze trotseert iedere aanval van de lucht zonder maar een moment te wankelen. Als hij iets over haar moest zeggen, zou het wel zijn dat ze met iedere stap zekerder lijkt te worden, welhaast verankert op het smalle pad dat tussen hen in ligt.

Haar neutrale blik wordt steeds duidelijker zichtbaar naarmate ze de overkant nadert. Haar ogen het enige bruin in dit grijze landschap, haar crèmekleurige huid het enige stralende in dit dode oord. Hij houdt zijn adem in. Nog een tiental stappen nu. Beheerst neemt ze deze laatste meters. Haar blik haakt zich in de zijne.

Nog twee stappen, dan kan ze zijn uitgestoken hand nemen. Ze stopt. Langzaam heft ze haar armen op. Ze spreidt ze helemaal uit, tot de toppen van haar vingers niet verder van elkaar verwijderd kunnen zijn. Met haar blik houdt ze hem in haar greep. Hij houdt zijn adem in. Zij daarentegen neemt een diepe hap lucht, zuigt haar longen vol. Op de punten van haar tenen draait ze een kwartslag, ondertussen blijft ze hem aankijken.

Dan haakt ze haar blik los van hem. Ze kijkt naar de diepte, vervolgens recht voor zich uit. Een moment gebeurt er niets. Hij houdt zijn adem in. Dan krullen haar mondhoeken langzaam op. Nogmaals kijkt ze hem aan, ditmaal met de grootste glimlach die hij ooit op haar gezicht heeft gezien. Dan zet ze zich af met haar tenen, en stort met haar hoofd omlaag de diepte in.

Hij houdt zijn adem in, telt de seconden. Vijf… zes… zeven… acht. Dan de klap, een krakend soort dofheid, gevolgd door de luidste stilte ooit. En dan, dan verlaat zijn adem gierend zijn keel.

De stilste schreeuw ooit.