Welkom in mijn geest!

Wandel rond, kijk om u heen, neurie een melodietje,
ga op een gedachte zitten, blijf even stilstaan bij een verhaal
als u wilt - en laat eventueel een stukje van uw geest achter.
Want denken doet geen zeer, toch?
 
(Voor de duidelijkheid: zo schrijf ik wat ik schrijf.)
 
egeltjegrey.jpg
En vergeet niet: ruilen kan altijd! Graag zelfs.

*Treurig

“Jongens, we moeten wat aan ons image doen.
Onze oerhollandse ballen moeten upgespiced worden. Iemand ideeën?”
“We maken een kek bakkie!”
“Dat kleuren we dan helemaal oranje!”
“Jaaahaa, dat zijn de ideeën! Keep them coming, kerels!”

“Maurice, mag ik je een suggestie doen?”
“Maar natuurlijk, voor jouw gedachten sta ik altijd wide open, Martin, dat weet je.”
“Engels.”

“Engels?”

“Ja. Engels. Engels is hip. Engels is in. Engels is the way to go.”

“Maar eh…hoe vertaal je dat eigenlijk?”
“Maakt niet uit. Gebruik maar een afkorting, slang heet dat - of street, of zoiets. Komt helemaal goed, trust me.”
“Maar wat nu als mensen gaan proberen het werkelijk in het engels uit te spreken?”

“Naaa, dat doen ze niet. No way. Vooruit, doe maar gewoon, ziet er prima uit hoor, printen die hap!”
“Vooruit dan maar. Let’s do it!”

-KLIK-

*Kruislings vermenigvuldigen

Zij, kleine zij, is twee weken lang op Ketnet te zien in een dansprogramma.
Ik ben best een beetje trots.

Zij, ook klein maar toch echt 39, is weer opnieuw opgenomen en moet een hoop met zichzelf uitvechten.
Ik ben best een beetje bezorgd.

Zij,  die ik al van kleins af aan ken, stuurt me een ontzettend grappige en lieve kaart.
Ik ben best een beetje ontroerd.

Zij, die mij op de wereld heeft gezet, heeft nu nieuwe medicijnen die haar leven weer wat verlichten.
Ik ben best een beetje blij.

Zij, vierpotige zij, mist een drietal voortandjes, die nu in mijn asbak liggen. Blijkt dat katjes ook een melkgebit hebben.
Ik was best een beetje geschrokken.

Allemaal zijdelings in mijn leven, maar allemaal zitten ze in mijn hart. Mijn hart, dat toch blijkbaar groot genoeg is om van vele mensen te houden. En zelfs van dieren. Daar twijfelde ik in het verleden soms aan. Maar nu weet ik dat mijn hart zelfs zo groot is dat het van mensen kan blijven houden, door de jaren heen, ongeacht wat we allemaal meemaken in de tussentijd.

onorthodoxstilleven.jpg

En ik?

Ik ga eerste Kerstdag doorbrengen met IKEApakketten vol heuse tienerslaapkamerspullen. Die allemaal, stuk voor stuk, in elkaar gezet moeten worden. De muren zijn al geverfd, de spullen al uitgezocht. Weer een kamer extra in dit nieuwe huis die we af kunnen noemen na morgen.

Ik ga de dag erna genieten van de stad waar ik geboren ben en waar ik me altijd thuis zal voelen.

Ik heb gisteren met twee koptelefoons kruiselings op mijn hoofd en een microfoon in mijn hand de raarste stunts uitgehaald. Ik heb gisteren mijn oren laten scannen, inclusief piercings. Hopelijk verstoort dat het beeld niet teveel. Ik moet nu nog tot volgende week dinsdag geduld opbrengen - dan komt het eindOORdeel.

Ik wacht op de twee cadeautjes die ik mezelf heb gekocht op Etsy en die hopelijk voor Oud op Nieuw aankomen. (edit: Woehoew, één van de twee is al binnen!)

Ik betrap me erop deze Kerst terug te denken aan alle andere Kersten, en hoe ik die heb doorgebracht. En met wie.

Een bonte verzameling in mijn hoofd van wat gaat komen en wat is geweest.

En tussendoor in het nú leven, en een bad nemen, en een sigaretje roken, en mijn tandeloze kat aaien.
En tevreden zijn met het nu, in al zijn facetten.


*Miew?

De kat miauwt. Zo hard als ze kan, en dat is nog niet erg hard of overtuigend. Meestal doet ze dat wanneer ze de kolder in haar kop heeft, en als een schaduw van voor naar achter door de kamer sprint, over, onder en achter de stoelen en tafels langs. Soms ook gaat ze op de vensterbank zitten en miauwt ze met een scheef koppetje. Dan moet ik de zes steentjes die daar normaliter liggen van de grond rapen en terug op de vensterbank leggen. Zodat zij ze er weer alle zes af kan meppen. Dat is namelijk enorm leuk.

Nu miauwt ze dus ook. Al een hele tijd. De steentjes zijn al op hun plek gelegd en weer weggekaatst, en rondrennen, dat doet ze niet. Ik denk diep na.

Aha! Haar kattenbak zou wel eens vol kunnen zijn.

Ik open de bak en ja hoor, overdadig vol. Als een brave huismoeder kieper ik het complete ding leeg in een zak en deponeer het geheel in de vuilnisbak. Vervolgens sleep ik met alle kracht die ik in me heb de veel te grote zak met kattenbakgrind naar de nu lege bak. Ik kantel het gevaarte en met een grote zucht leegt de zak zichzelf deels. Ik sjor hem weer omhoog wanneer er genoeg uitgestort is en sleep het ding weer terug naar z’n plek.

Nu miauwt ze dus nog steeds. Langzaamaan begin ik haar te verdenken van zeurderij. Gewoon miauwen, omdat het kan. Ik negeer haar dan ook een aantal uren waarin haar gemiauw steeds terugkomt.

Per toeval draai ik me een moment weg van mijn pc om de lamp aan te zetten.
Dan zie ik het.

Haar bak met brokjes is totaal leeg. Maar dan ook tot de laatste kruimel aan toe.

Wat een oen ben ik toch af en toe.

Nu zit ik hier in een oorverdovende stilte te genieten van mijn stupiditeit. En zij? Zij eet haar buikje rond, na ruim een halve dag om eten te hebben gezeurd.

En het ergste? Ik word bedolven onder de kopjes en neusjes en spingeluiden tussen mijn schuldgevoelens door.

*Bijna

Ik voel de drang iets te schrijven wat ik hier absoluut niet neer mag typen, iets dat zeker weten oorlog zou betekenen in mijn leven. Wat doe je dan? Dan log je maar over andere dingen. Dingen die ook gebeurd zijn, ook al borrelen die dingen niet echt onderhuids. Dan log je over verbouwingen die beginnen op te schieten, naar het lijkt. Dan log je over de hoop die dat met zich meebrengt, dat rond februari dan toch alles af zou komen, en ik weer kan douchen in plaats van in bad gaan, en weer kan koken in plaats van naar de friture gaan. Dat soort dingen.

Ook heb ik zin om weer eens een filmpje te maken, maar ik kan geen juist onderwerp vinden. Ik wil een filmpje maken over mijn gevoelens, maar hoe doe je dat wanneer die gevoelens zo onbestemd vaag zijn? Niet alles kan met aardbeien en plastic kakkerlakken opgelost worden. Het brood is al een week lang steeds oud, iedere keer wanneer ik boterhammen wil smeren. Komt omdat ik te weinig eet na het ziek zijn om het brood vers te houden. Wat een drama toch.

Vannacht droomde ik van een rugzak, zwart met rood, die vol zat met 200.000 euro aan spullen. Vraag me niet hoe zoiets mogelijk kan zijn, het was zo. Die rugzak, mijn rugzak, werd gestolen en ik begon mensen te beschuldigen en uit te horen. Ook droomde ik over Jaap, een klasgenoot en vriend van vroeger, en dat ik hem ging leren skateboarden. Hoe? Door op een gladde weg met onze schoenen te schuifelen, ‘zo leerde hij de bochten goed’. Ik droom om de haverklap dat ik een relatie met een of ander manspersoon heb, steeds verschillende onbekende mannen, steeds hangt de spanning in de lucht maar gebeurt er niets omdat we de ruimte en de tijd niet hebben. Dromen zijn rare dingen.

Ook ben ik vorige week eindelijk naar een oorarts geweest, na jaren van ijzersterke ontkenning. Ik blijk het gehoor van een 70 à 80-jarige te hebben. En bedankt. Volgende week dinsdag worden er mooie foto’s van de binnenkant van mijn oren gemaakt en moet ik aanvullende testen doen. Er zit een ieniemienie kansje in dat het met een operatie opgelost kan worden, maar de specialist dacht van niet. Dus ik heb afgelopen weekend zitten zoeken op het internet. Naar hoorapparaten. En hoe onzichtbaar en klein een aantal daarvan gelukkig zijn. En ik merkte hoe de hoorapparatenmarkt op bejaarden gericht is. Deprimerend. Ik wil niet ik wil niet ik wil niet.

En nu zit ik hier pinda’s en een peer te eten. Ik heb vandaag het huis voor mij alleen, tot middernacht. (Nu ja, op de kat na.) Ik kan alles doen en laten, maar het enige dat de hele tijd in mijn hoofd rondspookt is ‘niet vergeten de vuilniszak vanavond buiten te zetten’. Wat een meeslepend leven heb ik toch. Bijna Kerst, bijna Nieuwjaar, bijna op bezoek bij vrienden, bijna een keuken, bijna hoorapp - niet aan denken! Bijna ontspanning en vakantie, bijna rust. Het is bijna leuk, allemaal. Ik word er bijna vrolijk van.

*Cirkels

Hoe alles zijn plek lijkt te hebben hier, in wat de wereld heet. En hoe soms iemand of iets plots de zak met knikkers wild lijkt te schudden. En hoe er dan een paar van die knikkers verdwijnen in een lang vergeten kier. Hoe je dan maanden kunt doorgaan. Zonder iets te missen. En hoe je dan, na tijden, opeens struikelt over zo’n vergeten bolletje. En wat er dan gebeurt.

Hoe je eerst je voet grijpt, om dan het kleine ding op te pakken. Hoe je verbaasd naar dit vergeten staart. Hoe je dan moet gaan kiezen, tussen houden of zo ver mogelijk weg werpen. Hoe die keuze een keuze van niks is. Hoe je iets ver weg kunt werpen, het nakijken tot het uit het zicht gerold is. Hoe je je dan omdraait en er gewoon opnieuw over struikelt, alsof de wereld rond is.

En hoe je daar in godesnaam mee om moet gaan.

knikkers.jpg

Hoe je dan niet alleen gaat twijfelen aan de wereld, maar ook aan jezelf. Hoe je je kaken op elkaar klemt en over de knikker stapt. Hoe je dan opeens hetzelfde ding maar levensgroot voor je voeten hebt. Hoe je dan je ogen sluit en eromheen wandelt. Hoe je dan je hoofd stoot tegen de spouwmuur van de realiteit. Hoe je dan je ogen wel weer moet openen. En wat er dan gebeurt.

Hoe je eerst knippert, om dan het reuzeding weer voor je te zien opdoemen. Hoe je geïrriteerd naar dit vermeden staart. Hoe je dan wederom moet gaan kiezen, tussen omarmen of stilstaan. Hoe die keuze een keuze van niks is. Hoe je stil kunt staan tot het einde der tijden zonder verder te komen. Hoe het ongeluk dan altijd voor je zal liggen.

En hoe je daar in godesnaam mee om moet gaan.

Hoe je dan besluit het ding op te heffen. Hoe zwaar het is, wanneer je je bukt. En hoe het dan langzaam lichter wordt, naarmate je je rug strekt. Hoe het ding krimpt tot het in de palm van je hand past wanneer je rechtop staat. Hoe je dan moet gaan kiezen, tussen de knikker in je zak stoppen en meenemen of het ding zo ver mogelijk weg werpen. Hoe dit jarenlang kan aanslepen.

En hoe je daar in godesnaam mee om moet gaan.

*Oudnederlandsch Vermaek

Al een aantal jaren geleden, dat ik de nacht brakend heb doorgebracht. Voorafgaand aan uren misselijkheid. Stipt om het uur kwam er weer een nieuwe golf uit. Joepie. Emmer bij de hand, want rechtopstaan om naar het toilet te rennen leverde iedere keer bijna flauwvallen op. Geen idee of ik gewoon ziek ben of iets verkeerds gegeten heb, feit is dat ik me uitgehold voel, geradbraakt, en dorst, dorst, dorst heb. Een uurtje geleden opgestaan om thee te drinken, zodadelijk zal blijken of het binnen blijft. Ik duim voor mezelf. Wat is overgeven toch een vervelend spelletje, de laatste keer was jaren geleden. Nu is dan ook België ingewijd met mijn ziek zijn. Als ik iets doe, doe ik het meteen goed. Niet zomaar een griepje, dat is te min. Nee, ik kots het hele riool vol. Goed, genoeg gore praat, tijd om weer een uurtje slaap te vatten, als dat lukt. Bleh.

*Allegaar

Na weken weer eens achter de naaimachine gekropen. Na een paar uur knutselen blij met het resultaat: een veelkleurige tuniek. Nu nog daglicht vinden om foto’s te maken, zodat ik het vrolijke ding op Etsy kan aanbieden. Feestelijk, dat is ‘ie. Tenminste iets dat zich feestelijk voelt, ikzelf heb nog helemaal geen Kerstgevoel of iets dergelijks. Het vroege donker, de natte sneeuw - de ingrediënten zijn er, maar het gevoel is er nog niet. Ik doe niet aan kerstbomen, teveel gezanik en zielig voor de boom. Ik heb ook een hekel aan glaswerk en plastic, dus al had ik een boom, dan zou hij er beteuterd bijstaan. Toch heb ik wel paarse kerstlampjes, dat wel. Vroeger hingen ze het hele jaar door om mijn antieke verroeste hekwerk op de schouw van mijn studentenkamer, tegenwoordig leef ik in huizen en haal ik de verlichting eens per jaar uit de kast. Wel nog om het hekwerk, dat blijft. Dat zal dit jaar onmogelijk zijn: in mijn nieuwe huis heeft mijn trots nog geen plek gevonden. Aangezien de keuken een bouwval is, is de hele keukeninhoud naar de woonkamer verplaatst. Die op zijn beurt nu op een uit zijn verband gerukte verzameling lijkt. Het campeergevoel zit er wel in, dat dan weer wel. Helaas.

In België bestaat er niet echt een tweede Kerstdag, in tegenstelling tot in Nederland. Al begint in Nederland tweede Kerstdag verdacht veel op massashopping te lijken, met alle woonboulevards die open zijn. Maar toch, tweede Kerstdag vluchten wij campeerders naar mijn broer en zijn vriendin in Nederland, iets waar ik me nu al op verheug aangezien daar een echte keuken is, en gezelligheid, en - wie weet - vind ik dan toch nog dat Kerstgevoel. Niet dat ik ongelukkig ben hoor, geen Kerstgevoel hebben wil nog niet zeggen dat ik de dagen huilend doorbreng, helemaal niet. Mijn kleine kattekopje maakt me iedere dag weer aan het lachen, mijn sigaretten blijven heerlijk smaken, mijn kan met thee houdt me warm, mijn nieuwe winterjas laat me glimmen, jullie logs lezen maakt me blij, er zijn genoeg dingen die de dagen de moeite waard maken. Maar weet je, ik denk dat ik mijn vrienden mis.

Ik heb het zelf in de hand gewerkt: (bijna) niks van me laten horen vanaf ik verhuisd ben, omdat het hier zo hectisch is dat ik er weinig gereis bij kan hebben. Toch, de schaarse keren dat ik bij vrienden was, deden me meer dan goed. Ik heb dus een goed voornemen voor komende maand: de andere kant van mijn leven weer opzoeken. De uitgaande, communicatieve kant. De kant die graag vertelt en luistert, de kant die mensen toelaat, binnen laat. Die kant heb ik verwaarloosd door stupide verbouwingen die niet opschieten. Ik kruip iets te graag in mijn schulp. De meeste vrienden weten dat onderhand wel al en kennen deze kant van Wenz ook, maar toch kan ik mijzelf nog steeds blijven verbazen over dit gedrag. Ach, het houdt me in ieder geval van de straat. Grinnik.

dsc02389.JPG

(Plaatje van een bezoek een hele tijd geleden aan een lieve vriendin met wie ik Scrabble omvormde tot een poëziespel met prachtige uitkomsten.)

*Bab(b)el

“Kom, dan lopen we even naar de stad”

*grote ogen* “Lopen? Waarom lopen?”

“Uhm, omdat het dichtbij is?”

*nog steeds grote ogen* “Ja maar, waarom moeten we dan lopen?”

Verwarring alom. Ik denk diep na. Dan daagt het me: “Ow! Haha, ja nee, ik bedoel, uhm, ons lopen, niet jullie lopen! Ik bedoel, we uh, stappen? We wandelen naar de stad, dat bedoel ik!”

*opgelucht gezicht* “Oooh, ik dacht al, waarom moeten we lopen in hemelsnaam!”

Wij spreken zogenaamd dezelfde taal… Maar dat is grote onzin. Zoals u ziet heeft het wonen in België me al een aantal verwarrende gesprekken opgeleverd. Ik heb het hier niet over de typisch Belgische uitroepen (Amai!), niet over de typisch Belgische stopwoordjes (Awel, Komaan, Subiet), nee zelfs niet over de typisch Belgische uitdrukkingen (Autostrade, Rondpunt, Confiture, Chauffage, Camionet, Kuisen). Ik heb het hier over Nederlandse woorden die in België een heel andere betekenis hebben, of andersom. Na ruim anderhalf jaar en het nodige onbegrip heb ik een bescheiden lijstje opgesteld, om verdere problemen te voorkomen. Bij deze.

vlaamsversusnederlands.jpg

En beweer nu nog eens dat wij dezelfde taal spreken…

*Beknopte levens

In de zomer beweeg ik makkelijker. Mijn spieren lijken langer, mijn ogen lijken sneller op te nemen wat er om me heen gebeurt, mijn huid lijkt meer plaats te hebben voor mijn botten. Wanneer ik in een herfstbui probeer de overkant van de weg te bereiken lijkt alle zwaartekracht zich te bundelen in mijn benen: ik twijfel, mijn hersenen lijken niet in te kunnen schatten hoe ver het verkeer verwijderd is, mijn ogen zien niets dan grijze strepen en mijn gedachten zijn al de hoek om voor ik een stap gezet heb. Ik heb een hekel aan kou: het maakt stroop van mijn bewegingen en gedachten.

Het is 12 november, mijn winterjas voelt klam en beperkt mijn lichaam. Ik loop door de oudste straat van deze stad, op weg naar een paar uur ontspanning. Ik kan het niet laten door het raam te kijken bij alle huizen waar ik nooit een stap binnen zal zetten. Het lijkt een logische handeling, ik passeer niet alleen voor mij onbeduidende huizen, in drie stappen loop ik een leven binnen en weer buiten. Wellicht zit er een wat vieze, oude vrouw voor het raam. Niet meer in staat zichzelf fatsoenlijk schoon te houden zoals ze dat ooit zonder nadenken kon. Al maanden vergeet ze dingen, maar niemand die het opmerkt. Haar lectuurverkoper merkt wel dat ze iedere dag hetzelfde puzzelboekje koopt, hij probeert haar hieraan te herinneren maar ze houdt stug vast aan haar beleving. Hij kan niet anders dan haar iedere dag de cryptogrammen waar ze zo stellig om vraagt mee te geven. Twee keer in de maand komt haar zoon langs, ze kletsen wat, zij herhaalt wat dingen, maar hij luistert toch niet echt. Het komt niet in hem op om in alle lades te kijken, in de keukenkasten, in de boodschappentassen onder de kapstok, in het dressoir. Hij zal niet merken dat zij haar houvast kwijt is, zij zal er alles aan doen om dat voor haar zoon te verbergen, zoals ze het iedere dag voor zichzelf verbergt. Ik zie haar aan de keukentafel zitten, ze heeft een sinaasappel in haar handen. Twee stappen later zal geen van beiden ooit nog iets met elkaar van doen hebben, maar hier, in dit moment, aan weerszijden van de groezelige gordijnen, bestaan wij samen eventjes. En dan weer niet. Ik zal doorlopen, zoals altijd.

Wanneer ik door de ramen kijk, kijk ik tegelijkertijd ook naar de weerspiegeling die ik veroorzaak in het voorbijlopen. Soms lijk ik op mezelf, klopt het beeld dat ik zie met de persoon in mijn hoofd. Af en toe lijk ik langer, soms ouder, of dunner, vermoeider, gejaagder, verwarder. Het is elke keer opnieuw een overgave aan mezelf. Wanneer ik een zwaarwegende vergadering heb is het belangrijk om het beeld dat ik rond mezelf bouw, een kalme, zelfverzekerde, mooie vrouw, in mijn hoofd te behouden. Dan verplicht ik mezelf om naar de straatstenen te kijken, naar mijn schoenen, naar de persoon voor me, naar de bomen, naar de klok aan de wand van de fietsenmaker. Wanneer ik mijn reflectie zou zien, was de ontgoocheling groter dan het zelfvertrouwen. Maar wanneer ik voor mij kijk loop ik evengoed langs ramen, langs mensenlevens. Ik besta wanneer er iemand naar buiten kijkt, ook al kijk ik niet terug. Ik besta te vaak, te veel, versplinterd.

Het is kwart over vijf en ik mag mijn blik over alle huizen en ramen laten dwalen, ik ben op weg naar Roald, en heb geen verwachtingen hoog te houden vandaag. Ik zie mezelf en ik lijk op degene die ik in de spiegel dacht te zien voor ik vertrok. Ontspannen loop ik langs de deuren, de ramen, de levens van mensen die ik niet ken, op weg naar de ene persoon in deze wijk die ik wel ken. In tegenstelling tot het beeld dat hij van zichzelf geschapen heeft, ben ik een van de weinigen die hem kent. Hij zag zichzelf al rondlopen tussen hordes excentrieke mensen, die stuk voor stuk bewonderend naar zijn werk zouden kijken. De een zou de ander aanwijzen welk schilderij favoriet was, hij zou ertussendoor schrijden met een gekwelde doch berustende blik, hier en daar een woord van uitleg sprekend tegen zijn publiek. Maar het enige dat wel strookt met de werkelijkheid is zijn gekwelde gelaatsuitdrukking. Vierendertig nu, en vanaf zijn puberteit al overtuigd van zijn talent. Tegen beter weten in blijft hij met toenemende verbetenheid verf op de doeken smeren, hij sluit zijn ogen voor wat iedereen ziet: een eenzame man, triest vastklampend aan zijn jongensdromen, niet in staat toe te geven dat hij zich vergist heeft al die jaren. Ik heb mijn pogingen hem in de wereld te betrekken al jaren geleden opgegeven. Onze stilzwijgende afspraak om, wanneer ik niet verwikkeld ben in de zoveelste relatie vooraf gedoemd tot mislukken, onze lichamen van tijd tot tijd te verlagen tot een kluwen hectisch graaiende ledematen. Ik vraag niets over zijn leven, of hij zijn huur kan betalen, of hij wellicht een baantje als dit of dat kan waarderen. Hij vraagt niet of ik nog contacten heb, wat ik van zijn schilderijen vind, welke kunstenaars wel exposeren. We beperken ons tot nietszeggende complimenten over onze lichamen wanneer we in zijn (overigens altijd schone) bed liggen. Wanneer een van de twee zich dreigt te wagen aan diepgaander contact zal de ander altijd ingrijpen, en het niveau snel weer doen dalen naar buiken, billen en sporen vocht.

Hij is mooi. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn handen en kust me, duwt me zachtjes op zijn matras. We kleden elkaar uit, ook al hebben we dit de afgelopen jaren al vaak gedaan, het blijft een ritueel dat ons laat vergeten dat de rest van de wereld bestaat. Zijn hand over mijn borsten, zijn ietwat hijgende manier van zoenen, zijn buik altijd warm tegen de mijne, zijn been verstrengeld in mijn benen. Wij hebben de gave elkaar te vergeten, waardoor iedere ontmoeting een nieuwe is. De komende uren zullen voorbij gaan zonder een enkele gedachte aan de rest van mijn leven. Geen moment denk ik aan de mensen in mijn huis, aan de stapel enveloppen op mijn tafel, aan de afgelopen dagen waarin wederom meer mis ging dan ik had kunnen vrezen. Zijn stotende ritme houdt me hier, alleen zijn handen op mijn lichaam bestaan, zijn speeksel in mijn nek, de lok op zijn voorhoofd die mee wipt op onze bewegingen. Hij grijnst om mijn kreunen, ik glimlach om zijn gretigheid.

Wanneer ik de nacht weer instap blijft het gevoel nog een tijdje hangen. Ik glimlach de straten door, enigszins ongecoördineerd loop ik langs de ramen en deuren naar de metro. Ontspannen stap ik in, zet mijn tas op de plaats bij het raam en ga zelf ernaast zitten. Mijn lichaam nog warm van de afgelopen uren staar ik naar de stoel voor me, naar de nietszeggende kriebels op de hoofdsteun. H-town crew was here. Maaike is een slet. J hartje P forever. Dat betwijfel ik. De stoelen naast mij worden bezet door een man en een vrouw, beide in de tweede helft van de dertig. De een lijkt te willen verdwijnen, onopvallend grijs en bruin gekleed. De ander, een spijkerbroek en oranje topje, witte laarzen met ijzeren knopjes erop, haar riem vol dieprode steentjes passend bij haar lippen, lijkt zijn afwezigheidsdrang te willen compenseren. Haar stem komt overeen met haar uiterlijk: schreeuwerig meldt ze naar de nieuwe club te willen omdat al haar vriendinnen daar ook zullen zijn. Ik draai mijn hoofd weg, en doe alsof ik naar buiten staar. Op een enkel voorbijschietend lichtje na zie ik alleen mezelf hier zitten, weerspiegeld in de vuile ramen. De aanblik van mezelf herinnert me eraan dat ik hier zit, op weg naar mijn huis waar tot mijn spijt al zeven weken lang dingen anders gaan dan ik zou willen.

-

Nadat ze de deur uit is, loopt Roald naar de telefoon. “Met mij. Ze komt er weer aan.” Hij hangt weer op. Hij kijkt naar zijn laatste doek, wat een gedrocht wordt het weer. Zijn handen trillen. In de keuken gaat hij zitten, en routineus grabbelen zijn vingers twee pillen uit de pot Extra Vitaal. Hoe lang geleden daar daadwerkelijk vitaminepillen inzaten kan hij zich al niet meer herinneren. Hij staat op, loopt naar het raam, staart wat naar de overkant. Het appartement tegenover hem is weer verlaten. Zoals iedere avond. Soms vraagt hij zich af wat zijn overbuurman iedere nacht gaat doen, maar echt interesseren doet het hem niet. Hij is een arts of iets dergelijks, hij zal wel nachtdiensten draaien. Hij voelt de kalmte door zijn lijf trekken en laat zich op zijn oude grijsgroene bank zakken. Nog even, dan zal hij weer een paar uur helder zijn. In die uren slaapt hij af en toe, hij schrijft zijn hersenkronkels op, zijn levenswijsheden tot nu toe. Soms gaat hij naar buiten, naar de Rue, die onderhand tot zijn stamkroeg bestempeld kan worden. Maar vaker zit hij binnen te peinzen over zijn leven. Sinds kort is er weer iets in zijn bestaan dat wellicht een nieuwe draai zal geven aan zijn hopeloze dagen. Marijn was meteen geïnteresseerd in hem. Hij hing maar wat aan de bar, zonder duidelijk plezier of doel, maar zij kwam met hem praten. Ze vertelde dat het bedrijf van haar vader momenteel haar huis aan het verbouwen was, en ze nu dus bij een vriendin logeerde. Dat ze hem meteen al een leuke vent vond, dat hij gekweld lijkt te worden door zijn eigen gedachten, dat hij mooie bovenarmen had. Drie uur later lag ze naast hem een sigaret te roken. Hij schatte haar een jaar of 28, ze was gebruind en strak. Ze had hem gebeten, niet echt hard, maar toch hard genoeg om haar afdrukken nog te zien nadat ze beiden uitgeput in de kussens waren geploft. Hij streelde de hoekige rode streepjes op zijn arm.

Pas na bijna twee weken waren ze erachter gekomen een gezamenlijke kennis te hebben. Al was dat wellicht een understatement. Hij had maar direct toegegeven hoe zijn verhouding met Anne was, dat ze het bed deelden wanneer zij vrijgezel was. Marijn liet een schaterlach horen. “Anne? Ik had het kunnen verwachten. Zij heeft de gave iedere man die ik begeer al ingepikt te hebben voor ik ook maar van hun bestaan weet.” Ze leek er niet mee te zitten, wat op Roald vreemd overkwam. Hij nam maar aan dat Marijn zo toegeeflijk was omdat ze al weken in haar huis mocht wonen zonder dat Anne daar een cent voor vroeg. Marijn was opgewekt, haar lichaam straalde een energie uit die hij niet iedere dag tegenkwam. Ze leek haar leven onder controle te hebben, iedere dag was een optelsom van genieten, ontspannen en beleven. Hij had haar graag in zijn buurt. Ze voerde zijn tijdsbeleving op, hij leek op te leven in haar bijzijn. Ze kon lachen om zijn zwaarmoedigheid en met een beet in zijn nek haar hand over zijn broek laten glijden waardoor hij enkele ogenblikken oprecht kon glimlachen. Ze hadden afgesproken Anne niets te vertellen van hun contact. Roald wilde haar niet laten vallen nu ze hem verteld had het moeilijk te hebben, Marijn had haar nog nodig en wilde Anne niet tegen de haren instrijken. Ze hadden beiden niet gevraagd naar verdere details, ze wilden alleen voor elkaar bestaan, niet in een breder kader. Marijn had alleen gevraagd of hij haar wilde bellen wanneer Anne langs geweest was. Nu hij hier op de bank zat, de loomheid door zijn gedachten voelde sijpelen, was hij bijna gelukkig te noemen. Hij wilde de mythe rondom de nieuwe vrouw in zijn leven nog even laten bestaan, wilde niet ieder detail weten, haar niet laten afdalen tot menselijke laagten - voorlopig. Hij liet zijn hoofd tegen de leuning rusten. Wanneer hij zijn leven op papier had staan wist hij zeker dat zijn leven zou veranderen. Misschien zouden zijn schilderijen nooit verkopen, het verhaal achter de schilderijen zou wel een bestseller worden. Zeker met de laatste ontwikkelingen op liefdesgebied.

*Western Spaghetti

*Wat te doen

Wat te doen wanneer ‘zomaar’ foto’s niet meer leuk zijn? Hier twee tips.

De grens tussen foto en film, tussen realiteit en absurditeit: experimenten met fotografie.

Iets dat iedereen eens met zijn eigen gezicht zou moeten doen: asymmetrische gezichten, een studie.

Hier mijn studie:

wenzvanallekanten.jpg

*Mantel

Nu vannacht de grens is vervaagd weet ik niet meer wat te doen. Geef mij de sleutel, laat me binnen in mezelf, ik snap het niet meer. Beelden vulden mij, ik kon niet wennen aan de kleuren van de stemming, niet wegkijken van de aantrekkingskracht, niet laten wat ik deed. Niet spreken over wat ik wil. Graag had ik je toegezongen, een voor een de woorden laten zien die ik van binnen schreeuw, maar dit huis is mijn leven, deze wereld is vol taboes en ik doe daar een schepje bovenop. Voor mezelf? Voor de mensheid? Voor het beeld dat zorgvuldig is gemetseld rond wie ik behoor te zijn? Hoe kan ik ooit spreken wat niet te voelen is? Stap voor stap drijf ik de meren op, de diepte in, de onderstroom voert mij mee naar wat de krochten van mijn zijn bepaalt. Ik wil dit niet, maar wil dit wel denken, wel doen alsof, wel niet wel niet. Kon ik dit lichter maken, ik zou het doen. Kon ik dit ontkennen, ik deed het. Maar waar eindigt deze tocht? In donkere steegjes gevuld met fouten? In oud zeer gewikkeld in schone lakens? In niet zijn wat ik wel ben? In niet zijn wat ik niet ben? Geef mij de sleutel, laat me binnen in mezelf, ik wil het weten. Is dat het misschien? Wil ik het weten? Is dat waarom het er is? Wil ik losbreken uit iedere keten die ik zorgvuldig heb gesmeden? Is dit een strijd met mezelf in plaats van met de wereld? Heb ik iets te doorbreken in mijn bestaan? Alles wordt ouder aan mij, behalve dat ene, dat voor mij nooit zal veranderen met de tijd. Niet op deze manier. Wil ik dit leven wel? Kan ik hier wel mee omgaan? Hoe rijm je de angst met de lust van het bestaan?

Het eerste wat ik denk is laat me met rust, laat me dit voor mezelf houden. Dat werkt een tijd, een lange tijd, tot het punt komt waarop het in mij naar boven blijkt te drijven, rechtdoor mijn kussen op, met gesloten oogleden de lakens in. Hier lig ik, met een bom in mijn handen, het tikken van mijn hart als de seconden voor de storm. Sidderend vraag ik mij af of ik mezelf wel in de ogen kan kijken, of ik wel kan zijn wat ik ben. Of ik mijn weg kan gaan, ver weg van wat ik wil, dichtbij wat ik wil. De contradictie schrijnt in mijn keel, ik knipper de nacht weg maar het blijft, het blijft overeind. Ik zal altijd terug naar huis keren, naar het donker, hoe ver ik ook wandel in de glorende ochtendzon, tot ik niet meer zichtbaar ben voor mezelf. Moet ik olie op het vuur gooien? Het tot de rand duwen met het risico alleen in de afgrond te storten? Verstoot ik mezelf als ik het niet doe? Ik speel dit spel al veel te lang, heb mijn eigen spelregels geschreven en kan er niet meer onderuit. Of toch? Of toch. En dan dat wasrek in de school, waar moet ik dat plaatsen? Mijn kleding aan de lijn der tijd? Ik kom er niet uit, ik kom er niet aan, ik loop er met een grote boog omheen, op de kleine uurtjes na. Heb mijn innerlijk behangen met schilderijen die de barsten verbloemen. Maar nu vannacht de wind door mij waaide kan ik niet anders dan in blinde paniek rondrennen door mijn kamers, alle schilderijen ruk ik van de muur, en uitgeput kijk ik naar de bouwval die ik ben.

*Dus jij denkt dat je kunt dansen?

Mocht ik onderstaand staaltje ooit voor elkaar krijgen, dan wel ja. Dan wel. Tot die tijd kijk ik met jeukende ledematen naar deze - volgens mij in één take opgenomen - wervelende dans en geniet.


Beyonce - Single ladies from Ionita Arthur on Vimeo.

*Pardoes

Ik loop net langs de buurtsuper wanneer een stokoud dametje naar buiten stapt. Ze had zo mijn oma kunnen zijn, als ze een halve meter langer en tien jaar jonger was geweest. Dit dametje is niet meer grijs, maar wit. Haar kapsel gepermanent, zoals een oud dametje betaamt. Haar kleding netjes, veilig en ouderwets - zoals een oud dametje betaamt.

Ze loopt naar haar fiets, laat een sixpack colaflesjes in haar fietstas glijden. Dan steekt ze haar hand in haar zak en haalt geroutineerd haar mobieltje tevoorschijn. Ze checkt even of ze nog gebeld is, springt dan kwiek op haar fiets.

Mijn wereld staat op z’n kop.

*Vijf redelijk nieuwe dingen in mijn huis

nieuwedingen.jpg

1 moeilijk op de foto te vangen Kaia - vijf maal geshowd

1 tweedehands boek dat ik ooit al eens heb gelezen - en nu weer lees

1 pot speculoospasta - die verbazingwekkend lekker is

1 spijkerbroek - hij is laaaaaaaaang

1 stapel avondvertier - juj!

Ohja, en vier van de vijf dingen staan op de foto met iets heel ouds: kranten uit 1955 en 1966 die achter het behang uit kwamen en waar ik nog een leuk project mee ga verzinnen - zonde om weg te gooien namelijk.

(Klik voor groter beeld.)

*Straatgeluk

*Zo graag

Bel me. Alsjeblieft, bel me gewoon. Pak de telefoon in je hand en toets mijn nummer in.

Hij staarde naar zijn schermpje, maar zijn telefoon bleef onbeweeglijk op tafel liggen. Al zes dagen nu. Hij probeerde zijn gedachten te verzetten, maar steeds weer sloop zijn blik naar zijn mobieltje, en hij kon het niet helpen, hij bleef zijn mantra in stilte herhalen. Bel me nu gewoon. Kom op. Bel me.

Op aanraden van zijn broer had hij haar een brief geschreven. Het had hem veel moeite gekost, maar uiteindelijk was hij erg tevreden geweest. Hij zuchtte, dit soort dingen leek Michel altijd zoveel makkelijker af te gaan. Ze scheelden maar anderhalf jaar, maar op het liefdesvlak leek zijn broer hem lichtjaren vooruit te zijn.”Maak je geen zorgen Marter, die belt wel hoor!” had Michel hem op het hart gedrukt. “Je hebt je nummer toch wel erbij gezet hè?” grapte hij. Natuurlijk had hij dat, hij was niet stom.

Hij at de laatste boterham op terwijl hij uit het keukenraam staarde. Hij zat graag op het aanrecht, naar buiten te kijken met zijn mond vol kaas. Hij grinnikte, maar goed dat hij dit soort wetenswaardigheden niet aan haar geschreven had. Hij spiekte weer even op zijn schermpje, alsof hij haar telefoontje zo kon afdwingen, maar niks hoor.

Kom, stel je niet zo aan. Pak liever die economieboeken eens vast. Hij zuchtte en sprong van het aanrecht. Op zijn weg naar boven griste hij voor de zekerheid toch maar zijn telefoon mee, je wist ten slotte maar nooit…

Michel klopte op de openstaande deur. “Hee Marter, al gebeld?” Maarten keek niet op, schudde alleen zijn hoofd. “Hm, geduld jongen, de vrouwen zijn altijd laat met zoveel dingen, neem dat maar van mij aan.” “Hmhm” knikte Maarten. Whatever. Als ze zijn brief leuk had gevonden, had ze vast allang gebeld. Hij staarde weer naar de formules en probeerde zich te concentreren, hij had overmorgen een tentamen.

The Black Eyed Peas schalden opeens door zijn kamer. Hij schrok op, greep zijn telefoon. Een voor hem onbekend nummer belde. Zou het…? Hij schraapte zijn keel en nam met zijn laagste stem op.

“Hallo?” Hij probeerde zo ontspannen mogelijk te klinken. “Hi, Marjolein hier! Ik eh, jij had eh… nou ja, ik heb je brief gekregen.” Het bleef even stil. Hij wist ook niet wat hij nu moest zeggen. “Toffe brief hoor, echt superlief. Enne, ik zou het erg leuk vinden om een keer met je uit te gaan!” Zijn hart maakte een reuzensprong. “Ok, cool! Ik eh, wat dacht je van vrijdagavond?” Hij kon zijn enthousiasme amper verbergen. “Klinkt goed hoor, uurtje of negen?” Hij bevestigde gretig. Toen raapte hij al zijn moed bij elkaar.

“Zeg eens, waarom uh, ik bedoel, waarom heb je een week gewacht voor je me belde?” Zijn hand trilde licht. “Oh, ja, kijk: ik wist niet zeker of jij het was.” Ze aarzelde even. “Weet je, je had je naam niet onder de brief gezet. Maar je had het over het feest van Dorien afgelopen week, en daar had ik alleen maar met jou gepraat. Nu ja, en met je broertje. Ik wist gewoon even niet zeker of jij het nu was of niet. Ik bedoel, je broertje is leuk enzo, maar niet zoals jij, Michel. Hij is…”

De telefoon belandde met een rotsmak tegen de muur en kletterde in drie stukken op de vloer. Hij gaf de batterij voor zijn voeten nog een schop na. Tranen brandden achter zijn ogen. Hij ging zitten, stond weer op. Ging weer zitten. Met een pen kraste hij ‘kutwijf’ in zijn schrift.

“Alles ok hier Marter?” Zijn broer verscheen in de deuropening. “Rot op!” gilde Maarten met overslaande stem, en smeet zijn schrift richting zijn broer. Zijn fucking rotbroer. Toen kwamen dan toch de tranen.

*Snippers

Macro geluk
Ik ken hem nu al bijna twee jaar. Dus ook zij, kleine zij, is al bijna twee jaar in mijn leven. Haar week is opgedeeld in twee stukken, het ene deel is ze bij haar mama, het andere deel bij haar papa. Gisteren was papadag, we zaten gedrieën in de auto, te dollen over de verbouwing en alle bijkomende perikelen. Ik zei dat veel koppels uit elkaar gaan door verbouwingsstress. Ze dacht even na, riep toen vol overtuiging het mooiste compliment dat ik kon krijgen: “Maar nee, als jullie uit elkaar gaan moeten we de week in dríe stukken splitsen, dat is nóg ingewikkelder!” Ik liet even bezinken wat ze daar zojuist gezegd had. Toen werd ik helemaal warm van binnen. Nog geen tien jaar, maar ze heeft mijn dag helemaal gemaakt. (Ik heb haar uiteraard verteld dat ik, noch hij, van plan zijn elkaar te verlaten, en dat we nog wel veel meer aankunnen dan een simpele verbouwing.)

Meso geluk
Al maanden maak ik eigen ontworpen kleding die ik op Etsy verkoop. Dat is geen nieuws. Ik had stof gekocht voor twee truien, de een aubergine met olijfgroen, de ander olijfgroen met aubergine. De eerste werd voor Etsy, ik had mijn eigen patroon gemaakt en ben hard aan de slag gegaan met stof, draad en naaimachine tot er een trui uitkwam. Hij was mooi. Zeer zeker. Maar… hij kon nog mooier. Dat wist ik gewoon. Ik ben weer aan de ontwerptafel gaan staan en heb het patroon verbeterd, geknutseld, flink nagedacht - tot ik theoretisch zeker wist dat hij nu perfect moest zijn. Toen kwam de tijd van naaimachine en draad weer. En daarna? Daarna moest ik concluderen dat hij inderdaad mooier was dan de eerste versie. En op mijn lijf zelfs perfect. En het allermooiste: ik houd hem lekker helemaal voor mij alleen. Daarvoor moet ik wel enige schuldgevoelens negeren, maar ik vind dat ik, bijna 75 verkopen en meer dan duizend euro winst verder, best eens iets voor mezelf mocht maken. Geld is ook niet alles ten slotte. Nu loop ik grijnzend in mijn perfecte trui rond.

trui01.jpg

Micro geluk
Een mok thee en bonbons op tafel, een sigaretje in de ene hand, een pen in de andere hand. De zandloper wordt omgedraaid en ik heb drie minuten om te staren, te peinzen en te schrijven. Boggle. Het alom bekende spel, dat niet meer in de winkels te verkrijgen was, werd dit weekend gratis uitgedeeld bij aankoop van een ander spel. Bijna blindelings heb ik een spel uit de rekken getrokken en glunderend ben ik naar de kassa gewandeld. Met Stapelwoord en mijn begeerde Boggle keerde ik huiswaarts. En het blijkt nog even leuk als vroeger, misschien nog wel leuker aangezien ik tegenwoordig tegen mijn verlies kan. (Al kwam dat laatste maar zeer weinig voor, grinnik.)

De verbouwing heb ik even links laten liggen, dat gepuinzooi komt volgende week wel weer. Het zal u duidelijk zijn, dit weekend kon ik mijn geluk zomaar pardoes niet meer op.

*Bleuh

Goed, hier even een kleine impressie van de keuken in mijn nieuwe huis op dit moment. Hopelijk kan ik over een maand of twee heel andere plaatjes laten zien! Voor nu laat ik u met stoffige haren en pijnlijke armen achter met deze beelden.

Met de klok mee:

1: Al één hele muur weggebroken
2, 3 en 4: Wat een puinzooi

keukenpuinzooi.jpg

*Een logje na lange tijd

Mijn polsen doen pijn. Niet van het vele typen, dat is iets dat ik juist niet heb gedaan de laatste tijd. Nee, mijn polsen doen zeer van de anderhalve kilo zware hamer die ik vanochtend heb gebruikt om de lelijke tegels van de keukenmuren te rammen. In combinatie met beitel natuurlijk; al is hersenloos beuken op z’n tijd lekker, het moet wel effectief blijven.

Mijn hoofd loopt over van de verbouwingsperikelen, van verhuizingen, van nieuwe locaties voor bekende dingen zoeken, van allerlei praktische zaken die het uittypen amper waard zijn. Ik kan er niets aan doen, het is zoals het is.En nu trillen mijn handen. Niet van de spanning van het weer loggen, nee, van de zware arbeid die ik eerder vandaag verricht heb.

En ik heb de wereld nog niet eens medegedeeld dat ik al ruim een maand een kleine kitten hier heb rondsjeezen! Ze heet Kaia en is een lapjeskatje. Ook daar zou ik logjes over vol kunnen pennen maar ik heb de fut niet. (En ik wil geen kneuterig log.) Er rest mij weinig dan zomaar mijn vingers op het toetsenbord laten roffelen en kijken wat eruit gerold komt. Daar gaat hij dan.

De zin ‘jouw liefde is oneerlijk’ speelt al een tijd in mijn hoofd, door een bepaald liedje. Ik wil er graag een log omheen bouwen, maar vrees dat bepaalde mensen het weer op zichzelf gaan betrekken en denken dat het over die en die en zus en zo gaat want bla en bloe en blie. Dat kan ik er nu niet bij hebben, daar is geen ruimte voor. Ik blijf maar op de komma duwen wanneer ik een punt wil typen, wil dat iets zeggen? Wil ik wel iets zeggen? Kan ik wel iets zeggen? Mijn log is mijn domein, mijn hoekje in de wereld, mijn privé speeltuin. Ik mag alles hier.

stoellie.jpg

Jouw liefde is oneerlijk. Je bent wat je niet wil zijn, wat je nooit hebt willen worden. Jouw liefde is oneerlijk. Het sijpelt binnen en roest dan vast, wrikken heeft geen zin. Ik kan er niets mee, het zit daar maar te zitten, dag in, dag uit. Week in, maand uit, jaar in, leven uit. Wanneer wij elkaar spreken, voel ik de rode roest binnenin mij kraken. Het wil een kant op, maar weet niet welke.

Het is geen schim te noemen, het is meer dan dat. Het is geen schimmel te noemen, ik doe er niets aan om het te verwijderen. Het is geen wachten tot de bus komt, ik sta niet langs de weg. Jouw liefde is oneerlijk. Het is echt maar volkomen loos. Er valt niet mee te jongleren, het groeit niet, het taant niet, het beweegt niet. Geen krimp. Geen verwachting. Geen zwarte inkt, geen volle maan, geen vederlichte streling op de suikerzoete huid.

Jouw liefde is oneerlijk. Jouw liefde is mijn liefde voor jou is liefdeloos houden van. Een contradictie in termino. Een perpetuum mobile van de eerste soort. Het maakt niet uit hoe ik beweeg, achteruit is toch onmogelijk. Waarom hebben mensen geen parkeerhulp in de liefde? Een pieptoon die steeds sneller gaat naarmate je dichterbij iemand komt? Maar dat geheel terzijde. Jouw liefde is oneerlijk. Het belet niets, staat niets in de weg. Het zit daar maar te zitten, een binnenhuid van gevoel. Niet glad, maar knoestig en vol scherpe randjes.

Jouw liefde is oneerlijk, het schrijnt niet, het zit niet vol potentieel. Het is niet verwachtingsvol, niet zuur, niet geknakt of gebroken door de tijd. Het is niet af, maar behoeft geen verder werk. Het is perfect en perfect overbodig. Jouw liefde is oneerlijk, bijna tastbaar aanwezig, en ik doe er niets aan om het te laten verdwijnen. Geef me boosheid, geef me loosheid, geef me dwaasheid, kwaadheid, raaskal tot je neervalt. Niets van dat alles. Jouw liefde is oneerlijk, oneerlijk in al zijn oprechtheid.